Showing posts with label trein. Show all posts
Showing posts with label trein. Show all posts

1.12.08

avontuur...

« voor wie van oude boeken houdt... | no picture please | monkey or tiger »

Zit in de trein van Groningen naar Maastricht.
Een reis die normaal vier en een half uur duurt. Nu bijna zeven uur.
In die tijd ben je ook naar New York gevlogen.
Vlak voor Amersfoort remt de trein af en komt tot stilstand.
Na een tijdje komt het omroepbericht.
We hebben vermoedelijk iets geraakt, zegt de conducteur.
Een half uur later. Een omroepbericht.
We hebben een persoon geraakt, zegt de conducteur.
Het wachten begint. Een half uur. Een uur.
De verwarming gaat uit. De verlichting gaat op noodstand.
De trein zit erg vol. Er wordt gebeld. Dat het later wordt.
Dat het later wordt. Dat het later wordt.
Een meisje begint te huilen. Ze vind het eng.
Haar moeder zegt, ze zijn ons vergeten, we moeten in de trein slapen.
Er is iets vreemds aan de situatie.
Zit in de eerste klas. In de stilte-coupé.
De passagiers houden zich aan het stilte-gebod.
Ze fluisteren. Bellen discreet. Bemoeien zich alleen met zichzelf.
Maar nu het licht uitvalt. Nu de verwarming uitvalt.
Nu we al zo lang in het donker staan te wachten.
Dan zou de - ben stil moei je alleen met je eigen - regel toch moeten vervallen.
Anderhalf uur later. Politie. Ambulance. Spoorwegpolitie.
De trein rijdt een stukje achteruit naar een spoorwegovergang.
Een omroepbericht.
De trein moet worden schoongespoten, zegt de conducteur.
De zakelijke mededeling haalt de twijfel weg.
Er is iemand overleden.
De brandweer moet de sporen wegspoelen.
Zoveel eerlijkheid hoeft ook weer niet, zegt een passagier.
In Amersfoort wordt de ongelukkige trein opgeheven.
Op het perron loopt de machinist.
Hij wordt begeleidt door twee mannen van de spoorwegpolitie.
Er staat een vervangende trein. Bestemming Utrecht.
De trein is niet lang genoeg voor alle vertraagde en gestrande passagiers.
Dat wordt staan.
In de eerste klas heerst verbroedering.
De klassenscheiding is tijdelijk opgeheven.
De elite en het volk zijn even een.
Studenten en chic, het zit of staat naast elkaar.
Wilt u zitten, hoor ik achter me.
Een jongen staat op en biedt zijn zitplaats aan.
Dan kan ik niet achter blijven, zegt een jonge student.
De schaarse zitplaatsen worden min of meer eerlijk verdeeld naar leeftijd.
Er ontstaan gesprekjes. Over een gemist vliegtuig.
Over een gemist concert in het concertgebouw.
Over de Spoorwegen in het algemeen.
Er is een onverstaanbaar omroepbericht.
Wie het weet mag het zeggen, roept een vrouw.
Baanvak-storingen, klinkt er door de coupé.
Baanvak-storingen. Wat dat is weet niemand.
Het resultaat ervan is wel merkbaar.
De trein rijdt langzaam of helemaal niet.
In Utrecht wordt er afscheid genomen.
Van de mevrouw van het gemiste concert.
Van de drie mannen die spontaan een gesprek beginnen.
Van het stel van een weekendje Groningen.
Van de galante studenten.
Van het verliefde sudoku spelende stelletje.
Van de wat stugge man in de rode broek.
Van de - wie het weet mag het zeggen - mevrouw.
In Utrecht stappen de geradbraakte reizigers uit.
Ik ren en haal nog net de intercity naar Maastricht.
Het gevoel van eenheid is verdwenen.
In deze trein is geen weet van een ongeluk bij Amersfoort.
Dag Anna, hoor ik een vriendelijke stem zeggen.
Reis je ook naar Maastricht.
Ja, hijg ik van het rennen om de trein te halen.
Loop de aardige vragensteller snel voorbij.
Snel. Te snel.
Alsof ik te voet naar Maastricht probeer te rennen.
De rest van de twee uur durende reis sociaal zijn.
Die energie is er niet.
Zal de aardige vragensteller t.z.t. uitleg te geven voor mijn bizarre gedrag.
Het was iets teveel avontuur op deze reis.

Anna

16.11.08

voor bier en studiepunten 1

« voor bier en studiepunten 2 | no picture please | Maastricht culturele hoofdstad- »

Zit in de stoptrein naar Nijmegen.
Het is een boemeltrein van Veolia.
Naast me zitten twee chirurgen.
De een legt de ander de spelregels van een kaartspel uit.
On verra bien, zegt hij. Het zal goed komen.
De bridgeclub is in een zaal in het bowlingcentrum.
Niet meer in de sociëteit, zegt de man.
Dat is minder gezellig.
Er zijn honderd twintig leden. Er zijn wachtlijsten.
Ik ben er zelf binnen gefoezeld, lacht de chirurg.
Via contacten.
We rijden langs een dakpannenfabriek.
Wat doen chirurgen in hun vrije tijd.
Ze golfen, spelen tennis en bridge.
Probeer me te concentreren op een artikel over Buffon.
Buffon en zijn gedachten over het classificeren van planten.
Volgend station Blerick, zegt een treinstem.
Uitstappen rechts.
De chirurgen bespreken nu hun woonsituatie.
Waar je het beste kan wonen kwa uitzicht op de Maas.
De trein wiebelt erg. Het is moeilijk aantekeningen maken.
Aantekeningen maken in een wiebelende trein is moeilijk.
Vierlingsbeek, zegt de stem. Uitstappen rechts.
De chirurgen praten over hun kleinkinderen.
Boxmeer. Overstappen op de bus naar St. Antoniusberg.
Er is een duidelijke hiërarchie tussen de mannen.
De een rijdt vooruit de ander achteruit.
De een is lid van de bridgeclub de ander nog niet.
De een kan filmpjes van zijn kleinzoon monteren.
De ander wil het graag leren
De een is voortdurend aan het woord en praat hard.
De ander luistert en praat zacht
Rijden door niemandsland.
Nijmegen in zicht.
De chirurgen reizen naar Almelo.
Het is onduidelijk wat ze daar gaan doen.
Een tennisveld vol bladeren.
Het veld ernaast is schoon en wordt gebruikt.
Nijmegen Heyendaal. Uitstappen rechts.
Waar halen de chirurgen de tijd vandaan.
Filmpjes maken, tennissen, golfen en bridgen.
In het weekend naar Almelo reizen.
Concentratie, Anna, studie, Buffon, de planten.
Nee, inpakken, uitstappen. Snel. Overstappen.
Station Nijmegen is mooi.
Een AH. Snel nog wat kopen?
Even rondkijken? Nee. Overstappen.
De chirurgen zijn in een andere trein gestapt.
Ze moeten richting Deventer.
Nu zal ik nooit weten wat ze in Almelo gaan doen.
Right. Concentratie.
Buffon en zijn probleem met de taxonomie.
De taxonomie van de planten, de dieren en de mineralen.
Ach, daar zijn ze weer mijn chirurgen.
Ze hebben koffie gehaald.
Kan je even zo'n ding naar beneden doen.
De dominante chirurg zet zijn bekertje koffie op het tafeltje.
Wat is het hier landelijk, zegt de onderdanige chirurg.
Ik merk aan je dat je meer tijd hebt om de krant te lezen.
Vroeger als we dit soort gesprekken in de trein hadden.
Dan had jij zoiets van. Waar heeft hij het over.
De subdominante chirurg beaamt de belediging.
Hij was inderdaad onwetender in de tijd dat hij de krant niet las.
Zou hij gepensioneerd zijn dat hij daar nu wel tijd voor heeft.
Station Arnhem.
De ondergeschikte man heeft last van een overactieve blaas.
Dit is al de tweede keer dat hij gaat plassen.
Of wil hij soms even alleen zijn op de lange reis.
De druk pratende reisgenoot zwijgt noodgedwongen.
Wat een rust opeens.
Kun je zien hoe het hier heet, vraagt de chirurg.
Slaafje chirurg kijkt uit het raam.
Hij kan het naambord van het station niet zien.
Dieren, zegt een behulpzame man.
Station Dieren, van de Gazelle fabriek.
Dat is een makkelijke manier om het te onthouden.
Dat is meer op de Veluwe, neemt Alfa het gesprek weer over.
De Gazelle fabriek ligt op de Veluwe niet in Dieren.
Alfa is eens gaan fietsen op de Veluwe .
Zijn stuur brak in tweeën op de fietstocht.
Bij de Gazelle fabriek heeft hij een nieuw stuur gevraagd.
En niet gekregen.
Wat zouden de mannen toch gaan doen in Almelo.
Ze hebben een vrolijk verpakte rode Kerstster bij zich.
Ze moeten bijna overstappen de chirurgen.
Zutphen.
Zeg nu even wat jullie gaan doen.
Ze babbelen maar door.
Over Toine Hermsen en zijn restaurant.
Ze zeggen Pruisen als ze het over Duitsland hebben.
Wat vreemd dat ze geen woord wijden aan het doel van hun reis.
Of hij altijd een jasje draagt, vraagt knecht chirurg.
De man die overal verstand van heeft zegt van ja.
Ze gaan nu echt zo uitstappen.
Ze lopen me voorbij. Kijk ze aan.
Ze groeten niet eens.
Ze laten me met een mysterie achter.
Deventer. Van de koek. Dat is makkelijk te onthouden.
Wijhe. We stoppen in Wijhe.
Wijhe heeft geen link om makkelijk te onthouden.
Moet rennen om de trein naar Groningen te halen.
U bevind zich in de stoptrein naar Leeuwarden, zegt de treinstem.
Dat is niet goed, moet naar Groningen.
De trein naar Groningen zit erg vol.
Zit weer niet in de goede trein.
Dit is een stoptrein en geen intercity.
Meppel. Station Meppel.
Hoogeveen. Station Hoogeveen.
De man voor me speelt een computerspelletje.
Hij kijkt me nu betrapt aan.
Beilen. Station Beilen.
Niemand hoeft in Beilen te zijn.
Niemand stapt in of uit.
De man voor me speelt een gewelddadig spel op zijn speeltje.
Ik hoor bommen ontploffen. Tik tik Tik.
Zijn vingers ratelen op de knopjes van zijn game computer.
Hij krijgt telefoon. Zegt dat hij er over een half uurtje is.
Oké mazzel, roept hij heel hard als afscheid.
Nog een half uur.
Assen, station Assen.
Haren, station Haren.
En dan na vier en een half uur. Groningen. Eindbestemming.


Nieuwe Kijk in het Jatstraat. Vreemde straatnamen zijn er in Groningen...


Anna

15.10.08

Herfstblaadjes...

« waarheid | no picture please | het grote gezin »

Om zes uur gaat de wekker.
Het is nog donker.
Het is opstaan in het donker.
Probeer zo lang mogelijk mijn ogen gesloten te houden.
Maar in bad gaan in het donker gaat niet zo goed.
Maak het licht aan terwijl het buiten nog donker is.

Zit in de trein
In de trein heerst licht-terreur. Het is nog nacht.
Het is nog nacht. Ik zie het toch buiten uit het raampje.
Donker. Het is donker. Niet licht.
Waarom dat felle licht in de coupé zo vroeg op de dag.
Zou de NS in zijn voor een donkerte-coupé?
Als een stilte-coupé een behoefte is, waarom dan niet een gedempt licht-coupé?

Zit in de trein en denk over het college.
Het gaat over straf en wat de juiste straf is.
Het gaat over gevangenissen.
Ooit heeft iemand bedacht dat het grootste geluk de menselijke vrijheid is.
De ergste straf is het afnemen van die vrijheid.
En sinds die tijd bestaan er gevangenissen.
Voor die tijd bestonden er toch ook gevangenissen zal u tegenwerpen.
Die bestonden er ook, maar de straf was niet de opsluiting.
De opsluiting was de afwachting van de straf.
De straf bestond uit foltering, of ophanging of vierendeling of iets anders pijnlijks.
In de 18e eeuw is een nieuwe manier bedacht om misdadigers te straffen.
Opsluiting en liefst eenzame opsluiting is de beste manier vond men.
En niet in een donkere kerker, maar in het volle licht.

Ik luister naar het college en probeer aantekeningen te maken.
Dat lukt niet zo erg want ik wordt erg afgeleid door de jongen naast me.
De stof kan hem nauwelijks boeien.
Zijn verveling laakt hij blijken. Hij gebruikt zijn tafeltje als drumstel.
Hij drumt met zijn vingers een roffel. Snel. Kort.
Elke keer als er verveling omgezet moet worden in actie, roeren zijn vingers de tafel.
Sorry, zegt hij steeds, verbaasd over zijn eigen impulsiviteit.

Nu hij toch mijn aandacht getrokken heeft staar ik op zijn cahier.
Er staan nauwelijks aantekeningen op.
Her en der wat verspreide krabbels.
Zijn handschrift valt op.
Een volstrekt onleesbaar handschrift.
Gotisch. Krullen naar boven. Krullen naar beneden.
Heb nog nooit zoiets gezien. Elke letter is een afzonderlijk kunstwerk.
Maar elk woord kost zoveel tijd om te schrijven dat het nooit zinnen worden.
De jongen maakt aantekeningen in afzonderlijke woorden die dansen op de pagina.

Na verloop van tijd geeft hij het aantekeningen maken helemaal op.
Hij begint aan een tekening in zijn notitieblok.
Afgewisseld met drumsessies op de rand van zijn tafel.

Zit in de trein
Denk aan de ADHD student die zijn aandacht niet bij het college kan houden.
Hij zal wel hoogbegaafd zijn.
Zijn gedachten zullen veel te creatief zijn voor de strenge regels van de taal.
Het felle licht in de coupé houdt me wakker.
Het idee van straf in de 18e eeuw was eenzame opsluiting in een constant verlichte ruimte.

Denk aan de jonge student...zijn hele fysiek protesteert tegen het verplichte college.
Tegen de uniformiteit ervan. Vraag me af waarom het niet mogelijk is...
Waarom het niet mogelijk is of lijkt het maar zo.
De mogelijkheid van meer creativiteit in wetenschappelijke studie/onderzoek.
Wat meer anarchie. Wat minder eenvormigheid.

Een nieuwe dag. 6.55 uur. Het is donker.
Buiten is er lawaai. De gemeente-reiniging.
De bladeren van de bomen op straat moeten geveegd.
Laat toch liggen protesteer ik. Het was net zo mooi.
Maar de bladeren zullen gaan rotten.
Het asfalt van de straat en de stenen van de stoep is geen aarde.
En alleen aarde kan rottende bladeren opnemen.
Opnemen en er weer wat nieuws van maken. Cyclisch.

Een gevangene wordt opgesloten in een gevangenis.
Een zieke wordt opgesloten in een ziekenhuis.
Een bejaarde opgesloten in een bejaardenhuis.
Een asielzoeker in een asielzoekerscentrum.

We hebben de wereld te netjes gemaakt.
Teveel beton en stoepen gelegd.
De bladeren moeten geveegd want er is geen aarde meer.
Aarde die wel weg weet met het rottende vuil.

We hebben de wereld te netjes gemaakt.
We zijn vergeten hoe van rottend vuil nieuw voedsel te maken.
We hebben gebouwen gemaakt.
En in die gebouwen de abnormalen opgesloten.
De zieken en de ouden, de gekken en de ongewensten.
Herfstblaadjes.


Anna

27.1.08

an die nase eines mannes...

« onderbuikgevoelens | no picture please | suiker 4 »

Koop een boek van Houellebecq. Ben vergeten dat ik een hekel heb aan Houellebecq.
Te cynisch. Te nihilistisch.
Zit in de 1e klas in de trein in de spits. In de spits is de 1e klas nauwelijks comfortabeler dan de 2e klas.
Toch heerst er een stilzwijgende afspraak om niet geruchtig te zijn.
Achter het glas van de deur naar de 2e klas klinken geanimeerde gesprekken en gelach.
In de 1e klas is het stil. Veel slapende mannen. Een Geert Mak lookalike slaapt totdat ik hem wakker maak met mijn telefoon. Een man schuin tegenover me heeft teveel technische gadgets bij zich. Hij heeft een laptop met internetaansluiting. Een blackberry, een apparaat waar ik de functie niet van begrijp, een mobiele telefoon..
En een I-pod die VEEL TE HARD STAAT met jengelmuziek.

Jeugd steeds jonger doof staat op de voorpagina van de Spits!. Met mijn oren is niks mis.
Integendeel. Hoor de muziek van mijn buurman prima. Kedoekkedoekkedoek en een onduidelijke gitaarjengel.
Ze maken die microfoontjes toch ook geluid-dicht. De man rechts naast me luistert ook naar muziek.
Ik hoor niet welke muziek en dat is maar goed ook.
Een vorige reis stampte een getergde reiziger aan me voorbij met de opmerking.
Mevrouw, ben maar blij dat u 1e klas reist. Ik heb last van walkman-terreur.
Dat ze me mevrouw noemde vond ik minder geslaagd en walkman zal het ook niet meer heten. Hoe noemen ze het nu. Ik ben op de vlucht voor MP3-spelers. Nee, zo zeg je het ook niet...

De gadget man met de slechte headset zodat iedereen van zijn muziek mee kan genieten, heeft zijn benen over elkaar geslagen. Hij draagt bruin beige schoenen, maatje groot. Hij wiebelt zijn voet op de maat van de muziek.
Hij heeft blauwe sokken aan bij een zwarte broek en een zwart-wit gestreept hemd met een effen rode das van ribbeltjes stof. Hij heeft kort geknipt haar. Tondeuse kort en een klein kuifje als reminiscentie aan zijn jeugd.
Hij heeft een lichte stoppelbaard. Hij is lang en zit onderuit gezakt als gevolg van jarenlange pogingen om korter te lijken. Hij draagt een grote horloge. Hij tikt nu ook met zijn handen de maat van de muziek en geeft ook met zijn rechtervoet, de voet die op de grond staat de maat aan. Dat is nog best lastig dat moet je maar eens proberen.
Nu ik vanwege zijn goedkope headset toch niet kan lezen kan ik de man net zo goed observeren. Blauwe sokken in bruine schoenen gecombineerd met een zwarte broek. Je zou zeggen vrijgezel maar de ring aan zijn vinger zegt anders. Over maten schoenen gesproken. De man recht tegenover me heeft enorme grote voeten. Weliswaar gestoken in smaakvolle glimmend zwart gepoetste schoenen, maar toch. Ik schat ze zo'n 30 cm. lang. Die schoenen kan je niet zomaar in de winkel kopen. Of het er iets mee te maken heeft of niet weet ik niet maar de man bijt zijn nagels.

In China was het lang geleden een statussymbool voor vrouwen om kleine voetjes te hebben. Om de natuur een handje te helpen werden de botten van de voeten verbrijzeld en strak ingezwachteld om te verzekeren dat de voeten klein zouden blijven. De voeten, meer een soort hoefjes waren het ultieme symbool van sensualiteit.
De man streelde de voeten, likte eraan en kon de hele voet in de mond nemen. Dat de vrouwen niet meer konden lopen behalve een soort huppelen werd op de koop toegenomen. Een residu van dit gebruik is de gewoonte van vrouwen om naaldhakken te dragen die bijzonder oncomfortabel en knellend zitten maar een zeer erotiserende werking hebben.

Kom thuis en zet de televisie aan. Een programma over mannen met grote penissen.
De grootste penis is 32 cm. lang terwijl de gemiddelde man met de helft tevreden is....

Het idee dat grote voeten een langere penis beloven is niet waar.
Dat geldt evenmin voor de neus. Er is wel een verband gevonden met de vingerlengte.
Hoe langer de vingers, hoe groter de kans op een langere penis...


Anna

an die nase eines mannes...erkennt man seine johannes....



5.9.07

weblogstukje 2 de macht van de groep

« puur natuur? | no picture please | mood of the day »

André Rieu heeft gedreigd om geen concerten meer te geven op het Vrijthof. De afgelopen reeks werd verstoord door luidruchtige cafégangers op het plein die hun eigen feestje vierden op de muziek van André Rieu. Als er een concert is mogen de cafés rond het plein geen alcohol schenken. Het is de bedoeling dat ze stil en aandachtig naar de muziek luisteren. Burgemeester Leers zegt Rieu te steunen en hard op te treden tegen overtreders.

Het is vijf uur. Terugreis in de trein. Spits. Zit in de stilte-coupé. Er wordt gebeld gekwebbeld en vergaderd. Er is kennelijk een kritische grens kwa aantal reizigers om rust af te dwingen in een treinstel.

D. en Y hebben een broodje tonijn gegeten van een stalletje naast Hotel des Indes. De verkoper had geen koeling. Ze zijn beide ziek geworden. Een allergische reactie. Het gezicht van Y was opgezwollen. Ze hebben in het ziekenhuis twee uur aan het infuus gelegen aan de antihistamine.

In Duitsland is een partij slachtafval, vlees van de categorie drie verkocht aan een keten van kebab-zaken. De eigenaar, 'de Miljonair' genoemd weet niet wat hij eraan moet doen. Hij heeft twee controleurs in dienst. Hij koopt het vlees zoveel mogelijk vers maar als het vlees diepgevroren is kan je niet zien of het bedorven is.

De televisie-kok Ramsey probeert slechtlopende restaurants weer vlot te trekken. In de eerste aflevering van het programma moet de kok een maaltijd bereiden voor Ramsey. Het lekkerste gerecht dat hij kan maken. De kok maakt schelvis. De vis is bedorven. Het volgende shot is een voorovergebogen Ramsey die buiten op de stoep van het restaurant de maaltijd uitkotst.

In de krant staat dat de huismerken frikadellen, loempia's en hamburgers van de grote supermarkten verontreinigd zijn met een bacterie en weggegooid moeten worden.

Bij Zomergasten een item over de oude meneer van der Valk. Hij heeft het over appelmoes en dat de mensen alles eten wat je ze voorzet. En als ze de appelmoes niet opeten gaat die gewoon weer terug.
Het is een mythe dat niet opgegeten eten opnieuw uitgeserveerd wordt, zegt Paul de Leeuw in Zomergasten.
Ik weet het niet voor alle restaurants. In het restaurant waar ik een blauwe maandag gewerkt heb gingen de niet opgegeten groentjes, de erwtjes en worteltjes hup terug in de au bain marie.

In de supermarkt neem ik een boodschappenmandje. Winkelen met boodschappenmandjes is verplicht. De mandjes zijn vies en vettig. Ik koop een zak chips. Weet effe niet meer meer wat je nog veilig kan eten.

Volgend jaar zelfde tijd, als de mensheid niet is uitgeroeid door bedorven voedsel, verzamelen op het Vrijthof en in driekwartsmaat zwijgen op de muziek van André Rieu. Walsen op de vulkaan...

Anna

4.9.07

weblogstukje 1 de macht van de groep

« mood of the day | no picture please | Gina Vodegel »

Vijf dames komen de coupé binnen. Ze zeggen, dat slapen kunt u wel vergeten tegen de man die beleefd rechtop gaat zitten. We blijven zitten tot Den Haag. Misschien gaat meneer er wel eerder uit als Den Haag, lachen de vrouwen.
Ik niet. Ik ga er niet eerder uit als Den Haag. Ik zit rustig te lezen in de 9-persoons coupé waar de vrouwen zojuist zijn 'zugestiegen'. Tot Den Haag is nog een half uur. Een half uur vrouwen gekwebbel en wat leuk dat er een man in de coupé zit.
Het is gelukkig geen stilte-coupé, zegt één van de vrouwen.
Het is wel een stilte-coupé, zeg ik.
Daar ligt er nog een te slapen, zegt een van de vrouwen, wat een ochtendhumeur zeg.
Ik had het ook niet in de gaten dat het een stilte-coupé is, zegt de man die ongewild gewekt is door de dames. De vijf vrouwen proberen stil te zijn. Eén minuut houden ze het vol. Ze barsten tegelijkertijd in lachen uit. Laten we maar ergens anders gaan zitten constateren ze. Een half uur stil zijn is niet echt een optie. Mopperend verlaten ze de coupé.
Ochtendhumeur, zegt de een tegen mij.
Nou kan je weer gaan pitten, zegt de ander.
De man zegt niks en sluit zijn ogen weer. Misschien vond hij het wel aangenaam, vijf uitgelaten vrouwen die met hem flirten.

Op het internet kan je voorbeeld-kaartjes vinden die je kan printen en uitdelen aan luidruchtige passagiers. Er staat niet bij hoe je het agressie-opwekkende aspect kan pareren.

Anna

15.8.07

so hei

« wow wow | no picture please | je naam op een taart »

So wei.
So wei.
So wei.
zegt de conducteur.
Zijn collega is doorgelopen.
Kaartjes alsjeblieft, heeft ze wel nog gezegd.
Ik kijk de conducteur aan. Hij heeft een groot gezicht.
Kleine putjes in de wangen van een jeugd-huid-defect.
So wei, zegt hij.
Wat bedoelt hij...
So wei, wat zit u in uw eentje in een 9-persoons 1e klas coupé met de ramen open.
So wei, wat ziet u er moe uit.
So wei, wat heeft u een gek karretje bij u.
Het gaat niet om mijn karretje, het gaat niet om mijn vermoeidheid. Het gaat om het boek dat naast me op de bank ligt.
So wei, bent u dat aan het lezen?
Nu vastgesteld is dat de bewondering, of is het verbazing, mijn lectuur betreft, probeer ik te achterhalen of het de onderwerp keuze is dat een so wei ontlokt aan de conducteur.
Ik heb de biografie van Hillary Clinton bij me geschreven door Carl Bernstein. Het boek is 6 cm dik en dat is best dik voor een boek.
Zou de man met het Surinaamse accent en de putjes in de huid het boek kennen. Zou hij er met vrienden over gesproken hebben.
Die Hillary Clinton die...
Die Hillary die zouden ze...
Heb je gelezen wat Hillary zei...
Zou de informatie uit het boek een hartgrondig so wei ontlokt hebben?
Bent u dat aan het lezen, vraagt de conducteur en hij wijst naar het boek.
Ja.
Hoe ver bent u al?
Nog niet zo ver.
Hoe lang gaat u erover doen, lacht de conducteur.
Hij kan zich gewoon niet voorstellen dat je een boek van 6 cm dik ooit uitgelezen krijgt.
Hij neemt mijn kaartje Maastricht enkele reis naar Den Haag.
Hoe is het in Maastricht? Leuk?

Het volgende station is Dordrecht, roept de vrouwelijke collega om.
Namens mijn collega - ze schiet in de lach- namens mijn collega op deze trein -ze moet weer lachen- wens ik u een fijne reis.

So wei.

9.8.07

weblogstukje de kom 8

« Costa de Golf | no picture please | weblogstukje de kom 7 »

Mick, dit is Mick. De eerste keer met de trein. Ze was zo bang.
Ze trilde en toen ze eenmaal in de trein zat wou ze er niet meer uit.
Dat is gek hè en ze weet het als we op stap gaan. Dan ga ik spullen pakken en dan wordt zij onrustig.
Waar ik naar toe ga daar hebben ze ook een hondje. Misja. Dat hondje, Misja speelt niet graag met andere hondjes.
Met Mick wel. Als ik thuis ben en ik zeg Misja dan kwispelt ze en loopt naar de deur.
Dat zeggen ze, dat honden niks merken maar dat is niet zo.
Ik heb twee poezen en een kater en daar heb ik water voor neer gezet en brokjes en dan kom ik zondag weer terug.
Misja heeft geen ondergebit. Net als ik eigenlijk.
Wat heeft u weinig bagage bij u, zeg ik tegen de man die een paar ondertanden mist.
Hij heeft een grote ronde buik. Zijn vest redt het niet om de volle omvang van zijn buik te omspannen.
Hij draagt een donkere joggingbroek en slippers.
Daar staat mijn bagage, zegt de man op slippers.
Hij wijst naar een volle zwart-wit geblokte Turken-tas, die een eind verderop op het perron staat.
Te zwaar, verklaart de man. Niet te tillen. Dat lijkt niet zo, maar die tas is zo zwaar.
Ik heb de taxichauffeur extra geld gegeven om die tas te dragen. Hij blij en ik ook blij.
Ik kan niet meer hè. Ik heb een open been gehad en mijn voeten waren zooo opgezwollen.
En wie was het schuld. Wie was het schuld?
Ik weet niet wie het schuld was, zeg ik.
De man tikt zich op de borst.
Mijn rikketik. Mijn rikketik. Het hart hè. Als dat niet goed pompt.
Het sloeg niet vaak genoeg. En als het niet vaak genoeg slaat dan komt het bloed niet in de benen.
Ik slik wel zes pillen op een dag. daar heb ik zo’n hekel aan. Pillen slikken.
Plaspillen en pillen voor het hart en nog...da weet ik nie waarvoor die zijn.
Ik lees de bijsluiters niet meer. Daar wordt je zo ongelukkig van.
Da doe ik nie meer. He Mick, het is wa. Oh, ik heb mijn kaartje nog niet afgestempeld.
Een goede reis nog en dank u voor het papiertje.

Anna

tur·ken·tas (de ~ (m.))
1 [bel.] grote, goedkope tas

8.8.07

weblogstukje de kom 7

« weblogstukje de kom 8 | no picture please | weblogstukje de kom 6 »

In Eindhoven weer overstappen. Het waait niet maar het is nog een paar graden kouder geworden.
Er staat een man met een hondje op het perron.
Ik kijk hem iets te lang aan.
Dahaag, zegt hij.
Dag, zeg ik. Nu snel doorlopen.
Ga zitten op een bankje en neem mijn blokje en pen.
Het is nu zo koud dat de inkt in de pen niet warm genoeg wordt om te vloeien.
Wie schrijft die blijft, zegt de man met het hondje.
Klap mijn blokje dicht. Het is toch te koud om te schrijven.
Gaat u ook naar Heerlen, zegt de man met een Brabants accent.
Maastricht.
Dat is de andere kant uit, zegt de man.
Zit ze nou te poepen, zeg ik en wijs naar het hondje.
De witte poedel heeft een klein drolletje gedeponeerd op de stenen van het perron.
Oh god, zegt de man gegeneerd. Even een papiertje zoeken.
Hij loopt naar de vuilnisbak.
Weet niet wat ik viezer vind. Dat de man in de vuilnisbak naar papiertjes gaat zoeken of dat zijn vingers naar hondenpoep gaan ruiken.
Hier, zeg ik en scheur een stukje papier uit mijn notitieblokje.
De man raapt de uitwerpselen met het papiertje op.
Het is gelukkig een harde, zegt hij.
En een kleintje, zeg ik.
Bedankt hè, zegt de man. Bedankt voor het papiertje.

Anna

poep·schep·je (het ~, ~s)
1 schepje waarmee men bij het uitlaten van zijn hond de hondenpoep kan opnemen

2.8.07

weblogstukje de kom 2

« weblogstukje de kom 3 | no picture please | weblogstukje de kom 1 »

De trein naar Amsterdam rijdt net weg en bij de kaartjesverkoopster snoepwinkel annex snackbar-combi trekken mannen de automatiek leeg en eten hun kroketjes aan sta-tafels op.
Een kroketje is beter dan een frikandel maar de automatiek is leeg op twee frikandellen en een kaassoufflé na. Heb geen zin om 1.20 Euro te zoeken tussen het kleingeld en misschien hebben de mannen nog honger.
In de trein belt een vrouw haar verontwaardiging van zich af. Haar baas heeft een verhouding met zijn secretaresse. Vandaag hadden ze bitterballen op het werk. Hij bijt in een bitterbal en zegt. Haaa ballen.

Of ik aansluiting heb in Duivendrecht, vraag ik de conducteur.
Duivendrecht is helemaal niks meer met aansluitingen, zegt de conducteur.
U kunt er beter hier uit. Over tien minuutjes heeft u een trein.
Die tien minuutjes blijken 25 minuutjes te zijn. Heel slim om op de gok te gaan reizen.
Ben je helemaal vanuit Maastricht gekomen, vraagt Ursul de Geer.
De treinen rijden weer, zeg ik.
Niet met de auto?
Heb toch geen auto meer.
Kan A. je geen auto kopen van het honorarium dat hij verdient.
Nou dat...
Maar ik vergeet dat je bij bekende mensen helemaal niet hoeft te praten. Alleen maar luisteren.

Anna

fri·kan·del (de ~ (m.), ~len)
1 snack, bestaande uit een rolletje gehakt vlees => berenlul

6.7.07

hier volgt een omroepbericht....

« horeca hooligan | home | Japan sale »



In de trein van Den Haag naar Venlo.
Een omroepbericht. In deze trein zijn service-conducteurs aanwezig.
Als u vragen hebt kunt u ze aan de service-conducteurs stellen.
Dat klinkt spannend. Hoop dat er een conducteur langs komt.
Welke vraag zal ik hem stellen?
De eerste conducteur die ik zie loopt langs zonder iets te zeggen of te controleren.
Vlak voor Eindhoven stapt een vrolijke conducteur de coupé binnen.

Ben u een service-conducteur?
Ik ben hoofd-conducteur, zegt de vrolijke conducteur.
Er werd omgeroepen dat er service-conducteurs aan boord zijn.
Dat hebben we inderdaad omgeroepen, zegt de conducteur zonder zijn vrolijkheid te verliezen.
Er lopen wel eens mensen verdwaald door de trein en daarom roepen we om dat ze vragen aan ons kunnen stellen. In de toekomst verdwijnt het, dat kaartjes knippen. Dan heeft iedereen een OV-chipkaart en staan er poortjes op elk station.
Zoiets als bij de tolwegen?
Daarmee kan je het wel vergelijken vind de conducteur van wie ik nog steeds niet weet of hij nu service-conducteur is.
Maar sommige mensen willen dat niet, zegt de hoofd-conducteur. Die willen geen service. Die willen dat hun kaartjes gecontroleerd worden.
Worden jullie nu omgeschoold tot service-conducteurs?
Dat hoeft niet, zegt de conducteur. Dat weten we wel hoe dat moet.
Betekend die rode streep op uw uniform dat u hoofd-conducteur bent?
Nee, dat betekend dat ik service-conducteur ben. De machinist heeft een gele streep op zijn uniform.
Als je een gele streep hebt mag je rijden?
Als je een gele streep hebt mag je rijden bevestigd de hoofd-conducteur die toch een service-conducteur blijkt te zijn.
Kijk ik heb een speldje.
De service-hoofd-conducteur haalt een speldje uit zijn portemonnee.
Hoofd-conducteur staat er in zwarte letters op het zilveren speldje.
En deze heb ik ook nog. Hij laat nog een speldje zien.
Service en info staat er op.
Die is van vroeger, zegt hij. We mogen geen speldjes meer dragen. Alleen deze.
Hij voelt op zijn colbertjasje naar een oneffenheid. Hier zat het speldje.
De andere conducteur loopt de coupé binnen. Hij draagt het hoofd-conducteur-speldje precies op de goede plek.
Nog een hoofd-conducteur, zeg ik.
Ik ben zijn chef, zegt de hoofd-conducteur die zijn speldje niet draagt tegen de nep-hoofd-conducteur die zijn speldje draagt omdat het toevallig vanochtend op zijn jasje zat.
Wel verwarrend, zeg ik.
De chef-hoofd-service-conducteur en de nep-hoofd-service-conducteur lopen lachend de coupé uit.
Ze vergeten te zeggen dat ik in Eindhoven moet overstappen maar dat weet ik zonder te vragen.
Bij het uitstappen van de trein krijg ik de deur niet open. Een man op het perron probeert vanaf zijn kant.
Hij gebaart. Andere deur proberen. De service-hoofd-conducteurs zijn nergens te zien en dat is goed.
Te veel service gaat ten koste van de zelfredzaamheid van de mens

23.5.07

beetje vergeetachtig

Breng A naar de trein. Op het perron afscheid nemen.
Hij in de trein. Ik op het perron. Nog één keer zwaaien. Kijk de trein na.
Een kwartiertje later. Telefoon. Wat een vreemd nummer. Vanwaar bel je?
Vanuit een telefooncel, zegt A. Ligt mijn telefoon nog bij jou?
De telefoon ligt aan de oplader. Vergeten mee te nemen.
Loop naar het station. A. heeft de trein terug genomen.
Ik overhandig de telefoon en we herhalen het afscheids-ritueel.
Heb je niks vergeten? Telefoon, portemonnee, sleutels?
Sleutels. A. graait in zijn zakken. Waar zijn mijn sleutels?
Hij springt uit de trein en doorzoekt zijn rugzak en koffer.
De sleutels liggen nog bij mij.
Ik sjok weer terug naar huis en inderdaad de sleutels liggen op tafel.
A. staat voor het station en rookt een sigaretje. Hij moet er wel om lachen.
Voor de derde keer nemen we afscheid.
Op het perron staan dranghekken en er is kaartjes controle.
Een mevrouw windt zich ontzettend op.
Ik blijf achter het dranghek staan en zwaai naar A.
De mevrouw laat al mopperend haar kortingskaart zien.
De controleur is boos.
Wat zei ze, vraag ik dat u zo boos bent.
Ze zei, het lijkt wel Auschwitz. Ze is van '51. Ze heeft de oorlog niet eens meegemaakt.
We controleren voor de veiligheid van de passagiers.
We hebben pas nog een bende opgepakt. Ze reisden tussen Weert en Roermond.
Wat deed die bende dan?
Reizigers rippen en molesteren.
Het lijkt Auschwitz wel. Dat zeg je toch niet.
Wil je afscheid nemen, vraagt de kaartjes-controleur.
Ik mag voorbij het dranghek het perron op zonder kaartje.
Voor de derde keer neem ik afscheid van A.
Hij staat in de trein. Ik op het perron. Nog één keer zwaaien. Kijk de trein na.
Loop terug langs de kaartjes meneer die nog steeds verontwaardigd is.
Zie je wel, zegt hij. Wij zijn de beroerdste niet.
Als ik weer thuis ben belt A.
Je had het zeker al gezien.
Nee? Wat?
Dat ik mijn agenda op tafel heb laten liggen.

10.2.07

net terug uit de hemel

ben je net terug uit de hemel, vraagt de conducteur
dat zegt hij niet, hij zegt
je komt van heaven
je komt van heaven, vraagt de conducteur als hij mijn kaartje controleert in de trein
hij doelt op mijn enorme koffer met een nooit verwijderd bagagelabel van een vliegreis eraan
HEAV...is te lezen op het door ouderdom getorste oranje label dat om het handvat van de koffer geplakt is
de conducteur neemt het label vast en leest de tekst
HEAVY TO LIFT
oh nee, lacht hij niet heaven
heel even ben ik in de hemel geweest
even ben ik een engel
een milliseconde maar
dan wordt ik ontmaskert als een gevallene
niet te licht maar te zwaar bevonden











.

30.11.06

Amtrak Boston New York







vrijdag 1 december 2006

29.11.06

Jeffrey

Vandaag een treinkaartje gekocht bij het reisbureau. Je hoeft niet naar een reisbureau te gaan om een treinkaartje te kopen maar heb geen zin om van Cambridge helemaal naar downtown Boston te gaan om een treinkaartje te kopen. You know you have to pay me extra, zegt Jeffrey. You have to pay me on top of the fee of your train-ticket.
I know. I feel lazy today. I will not tell anybody I was to lazy to go all the way down-town to buy a ticket.
Which credit-card do you have? American Express regular or gold, platina ?
Neither. Just VISA.
Oh, then it ill cost extra.
Het gaat een dure ochtend worden bij Jeffrey op het het reisbureau.
Het reisbureau heeft beter tijden gekend. Aan de muur hangen posters. We are not afraid of foreign currencies. Foto's van Franse Francs, Duitse Marks en andere geldsoorten die allang uit de roulatie zijn. Het is dat Jeffrey een heuse computer op zijn desk heeft staan. Het is sixties. De jaren zestig in het Oostblok. De kaart van NY is gekreukeld en valt uit elkaar. Het dienstregelingboek krult om aan de randen en ik kan me niet voorstellen dat daar accurate tijden in staan.
Op zijn desk is het een rommeltje van papieren. Een fax [een fax?] met een nietje erdoorheen. Een to-do-lijstje. Met potlood zijn een aantal karweitjes doorgestreept. Een plastic koffie bekertje van de Donkun Donits. Kapot gebladerde dienstregelingen. Stapeltjes onduidelijke papieren. Een notitieblok. Spiegeltjes met gele smilies erop. Een porseleinen handje met visite-kaartjes. Jeffrey Lichenstein. Travel Counseler. American Express Travel.
Ik neem er een, zeg ik. Op het visitekaartje staat zijn email adres. Ik kan hem mailen. Jeffrey draagt een bril en een wit-blauw gestreept overhemd. In het borstzakje steekt een pen.
Heb tijd om Jeffrey te observeren want Jeffrey moet veel intypen. Mijn naam, adres, telefoonnummer. Zipcode. Zipcode? Telefoonnummer? Voor een treinkaartje?
In case somethings goes wrong, zegt Jeffrey. Hij typt verder. Ik kijk naar zijn handen. Hij typt met tien vingers, razendsnel. Een savant. Zijn vingers vliegen over de toetsen.
Voor het intypen van het creditcardnummer moet de bril af. Hij houdt de kaart tegen het beeldscherm om het nummer te double checken.
Alle gegevens zijn ingevoerd. Met de Red Line naar South Station. Met de Amtrax naar Penn Station NY. Met de Pathtrain naar Jersey.
Jeffrey is uitgetypt. Alleen nog maar even printen. Voor de trein moet je een half uur eerder komen zegt hij. Security check. En de metro rijdt niet altijd op tijd.
Het is a fifteen minutes drive maar het kan ook een uur of twee duren.
Twee en een half uur van te voren vertrekken?
Well normally the subway runs on time, but ones every two weeks somethings goes wrong and then it takes for-ever.
Ondertussen probeert Jeffrey het ticket te printen, hij loopt heen en weer tussen zijn desk en de printer.
Het is het eerste ticket van vandaag, zegt hij. Vandaar.
Ja. vandaar.
Hij reset de computer en loopt weer naar de printer. Geen ticket. Hij vraagt hulp bij een collega. Geen ticket.
Jeffrey zet zijn bril op en begint weer te typen. It doesn't run, zegt hij.
Just like the subway?
Jeffrey lacht entypt met zijn savante handen.
I'll go and try the printer upstairs. Het lukt. De printer print treinkaartjes en een receit. De print is alleen wat licht en Jeffrey kan niet goed lezen wat erop staat.
Hij buigt zich voorover en tuurt beurtelings op het scherm en op de te licht geprinte uitdraai van de reisbescheiden.
Ik buig ook voorover om mee te lezen. Zou Jeffrey ruiken dat ik vanochtend spekjes gebakken heb bij het ontbijt?
De geur van spek hangt in mijn kleren. Jeffrey lijkt een gevoelig mens. Iemand die het opmerkt als je naar spekjes ruikt.
I'll give you a discount for being so patient, zegt hij. I'll charge you platina American Express holder, for being so patient.

woensdag 29 november 2006

19.11.06

de lelijke paraplu

dinsdag 21 augustus 2006
In de internationale trein. De aankondigingen worden in drie talen gegeven. Als de conducteur komt doe ik net of ik Frans spreek en dan weer Engels.
Prosshjaine arret medamme ee mesjeusses. Het Frans is voor de Nederlanders goed te verstaan maar ik betwijfel of de Fransen weten waar ze moeten uitstappen. Prochaine arret Roosendeel.
Is this your umbrella, vraagt de conductrice. Iemand heeft zijn paraplu achtergelaten in het bagagerek voor grote koffers. Een paraplu met panterstof. Blauwe panterstof. Het handvat is van plastic en beschilderd alsof het geen plastic is maar hout.
Is this your umbrella, vraagt de conductrice.
Nee dank u, zeg ik beleefd. Even later komt ze terug. Ze stopt de lelijke paraplu in mijn handen.
Hier, zegt ze, dan is hij nu van jou. Ik kan hem wel meenemen naar gevonden voorwerpen maar daar wordt hij toch niet opgehaald. Ligt hij daar anderhalf jaar te wachten. Nu heb jij een mooie paraplu voor als het regent.
Als de conductrice hem zo mooi vind, wil ze hem zelf niet hebben?
Wilt u de paraplu niet liever zelf meenemen?
Neehee, als ik de paraplu meeneem dat is een andere zaak. Dat kan niet. Dan is het diefstal.
Prochaine arret ze Heek. Ik stap uit met in mijn hand een grote lelijke paraplu met plastic handvat en blauwe panter-stof voor als het regent. Eerlijk gekregen.
dinsdag 21 november 2006

31.5.06

the twenty five train

deel 22 van Jenna's verhaal
Vanavond met Jenna en haar man naar de Metropolitan Opera in NY.
Roméo en Juliette speelt.
Wat zal ik aandoen? Een pak? Zal ik mijn pak aantrekken, vraagt Jenna's man. Ik trek een pak aan maar geen stropdas. Een stropdas draag ik niet en ik kleed me na het eten om want ik knoei altijd op schone kleren.
Jenna belt dat ik de oven aan moet zetten voor de hotdogs.
Ze is nog niet terug van haar classes. Ik zet de oven aan. Zelfgemaakte hotdogs zijn lekkerder, zegt Jenna
Jenna komt thuis. Trekt haar zwarte jurk aan. Ben je nog niet omgekleed, zegt ze tegen haar man. We moeten opschieten. Josch zegt niks en trekt zijn pak aan. Een stropdas draag ik niet mompelt hij. Hij keurt zijn zwangere vrouw.
Good good, zegt hij.
Jenna past nog net in haar zwarte jurkje.
We moeten opschieten, zegt Jenna..
We moeten opschieten, zegt ze en strijkt een schoon overhemd.
We moeten opschieten, zegt ze als we naar de metro lopen.
In de metro wordt iets omgeroepen.
Josch wil dat ik herhaal wat de speaker zegt. Ik versta het niet.
Berichten in de metro worden onverstaanbaar omgeroepen.
Daar doen ze hun best op. Het is niet de bedoeling dat je verstaat wat ze omroepen.
Change on the twenty five woah, zeg ik.
Good, good, zegt Josch.
Change on the twenty five mwoah, herhaal ik mezelf. Wat is woah?
Twain, zegt Josch.
Twain?
Tweeain, zegt Josch.
Train?
Change on the 25 twain, zegt Josch.
Change on the twenty five train.
Good, good, zegt Josch.
We moeten opschieten, zegt Jenna.

31 mei 2006
meer Jenna verhalen...»

9.3.06

de uil

21.15 De trein maakt een noodstop.
Een aanrijding wordt er omgeroepen.
De trein staat stil.
Het is donker. Het vriest.
Het is stil.
Mannen lopen met zaklampen langs de trein.
Spooky.

21.30 De machinist zet het licht aan en uit om de accu te sparen.
Stel me voor hoe op het volgende station de vertraging aangegeven wordt. Vijf minuten. Tien minuten. Twintig minuten.
Stel me voor hoeveel treinen achter ons stilstaan.

22.00 Omroepbericht.
Het is een aanrijding. Wat er geraakt is, is onduidelijk.

22.30. Het is een aanrijding maar we zullen heel snel weer gaan rijden.
En PSV heeft met 4-1 gewonnen, zegt de conducteur.
Het treinverkeer is weer op gang gekomen.
Links en rechts schieten treinen voorbij.
Dat is spannend als de machinist het licht op noodvoorziening gezet heeft.
lees verder »





« kleine kop | black and blue »

Older Posts

Label Cloud

Search

© no picture please