Showing posts sorted by relevance for query jenna. Sort by date Show all posts
Showing posts sorted by relevance for query jenna. Sort by date Show all posts

14.7.06

the other side

deel 29 van Jenna's verhaal
We gaan vanavond naar de première van een performance van Marina Abramovic. Voor het contrast. Na de opera. Marina Abramovic voert de performance op in de rotonde van het Guggenheim Museum in NY.

Marina Abramovic staat in een grote blauwe jurk in de rotonde van het Guggenheim museum en is van plan dat zeven uur vol te houden. Jenna kijkt naar de grote blauwe jurk en de bijna roerloze vrouw die zeer ernstig kijkt.
Is dit het? Is het dit? Jenna wil weten weten of het dit is.
Er loopt een vrouw met een ludieke zwart vilten hoed voorbij. Een hoed met een dartbord en twee gele pijltjes erop geprikt. Een performance trekt ander publiek dan de opera. Er is een Yoko Ono lookalike. Er is een man met gevolg. Hij draagt een zilveren oordopje. Is het een telefoon? Zijn I-pod? Security? Naast hem loopt een meisje in een strak oranje rokje en matching truitje. Ze heeft een klipboard bij zich. Ze maakt notes. Daarachter de assistente van de personal assistant die met een videocamera sjouwt. Een museum medewerker in strepen pak en badge baant de weg.
Jenna begint te giechelen. Een cultuurschok. De overgang is te groot. Gisteren het Metropolitain Opera met oude mevrouwen in avondjurken nu het Guggenheim met vrouwen met een compleet dartbort op hun hoofd. Er wordt gefilmd. Vanuit alle hoeken met veel camera’s. Ze filmen Marina Abramovic die in een grote blauwe jurk in de rotonde van het Guggenheim museum staat en van plan is dat zeven uur vol te houden.
Wat filmen ze, lacht Jenna. Er gebeurt niks. Als iets Jenna nerveus maakt is het rust. Als iets Jenna nerveus maakt is het dat ze niet weet wat er gaat gebeuren. Jenna begint te giechelen.
Ze doet iets met haar handen, zeg ik. Ze zoekt contact met het publiek. Het is energieoverdracht. Met haar handen probeert ze de energie te beïnvloeden. Ons gegiebel verstoort haar stemming, zeg ik.
Marina draait haar lichaam een kwartslag en kijkt recht in de ogen van Jenna. Ze kijkt eerder bestraffend dan energieoverdragend. Ze kijkt alsof we stoute kinderen zijn die niet naar haar luisteren. Het helpt niet de slappe lach blijft.
Er hangt een heilige sfeer in het Guggenheim. Een bezoeker vraagt zacht fluisterend uitleg aan een suppoost.
Wat is de betekenis van de armbewegingen die Marina maakt.
Er zijn een paar sequels, zegt de suppoost.
De gespreide armen. Die zijn net geweest. De open armen. Deze beweging is nieuw. Die heb ik vanavond nog niet gezien. Ik denk dat ze.. Ik denk dat...I think you could call it..The touching of the womb.
Het is the touching of the womb zeg ik tegen Jenna.
Jenna met baby York in buik. Sorry, zegt Jenna. die nog aan het bijkomen is van het schrikbeeld dat ze zeven uur lang naar een bijna bewegingsloze vrouw in een grote blauwe jurk zal moeten staren. Sorry, hier ben ik te nuchter voor en ik moet even zitten, zegt Jenna.


meer Jenna verhalen...»
11 juli 2006

22.3.06

part of the experience

deel 3 van Jenna's verhaal
Je hebt geen lift, puft Jenna als ze de trappen opklimt naar mijn studio. Jenna woont in het Financial District in a luxuary rental met doorman en indoor deli en lift.
Oh ja, zegt ze als ze binnen is. Je hebt gelijk, het is wel klein. Ze staart naar de televisie.
Het scherm van mijn laptop is groter dan het beeld van het televisietje.
Blue kijkt geen televisie. Blue gaat naar de film. Jenna zoekt in de keukenkastjes.
Waar zijn je pannen?
Denk dat Blue niet kookt, zeg ik. All delivery menus are in the drawer next to the refrigerator.
Koffie drinkt ze wel maar ben er nog niet achter waar ze het water in kookt. De vrouw in de Chinese supermarkt begreep niet wat ik bedoelde met een pan for boiling water.
En de was? Hoe doe je de was, vraagt Jenna.
Laundry is across the street, they do quick drop of service, or self service if you prefer, zegt Blue.
Het is wel duidelijk wat voor type Blue is, zegt Jenna. Niet koken, niet wassen, geen televisie.
Poetsen doet ze wel, zeg ik en open kastjes. Poetsspullen en in de badkamer nog meer schoonmaakbenodigheden.

Waarom staat dat tafeltje daar wil Jenna weten.
Het apartement is heel smal. Te smal voor een gewone tafel. Er staat een sidetable die het gangetje verspert. Het tafeltje staat tegen de muur in het keukengedeelte.
Jenna vind het een vreemde plek. Dat is het ook.
Het apartement heeft een high speed internetaansluiting. Het is een kwestie van de stekker insteken heeft ITBroer gezegd. Steek de stekker in. De computer wil van alles weten. Nummers, wachtwoorden, instellingen, codes. Het werkt niet, de high speed. Kan wel een zwak WiFi signaal oppikken van iemand in de buurt met een draadloze aansluiting. De enige plek waar het signaal krachtig genoeg is om te internetten is tegenover het fornuis in het smalle gangetje. Daar heb ik het kleine tafeltje neergezet en dat is de komende weken mijn bureau.

Ik zou hier niet kunnen wonen concludeert Jenna.
Waarom wil je hier wonen? Is dat onderdeel van je experience.
Jenna zegt experience. Ze zegt dat wonen in the Lower East Side een experience is. Dat vieze woord is hier dus ook in gebruik.

Een documentaire op televisie. Een jonge vrouw confronteert de leidster van een commune met het sexmisbruik dat daar plaats heeft gevonden in haar jeugd. Of ze het normaal vind dat de mannen vrij toegang hadden tot de slaapkamers van de twaalf, dertienjarigen meisjes. De vrouw die de commune geleid heeft kan het zich allemaal niet meer zo goed herinneren. Heb je er tenminste een ervaring van gemaakt vraagt ze. Als de vrouw er een ervaring van gemaakt heeft is het gesanctioneert. Als je er een ervaring van maakt...

Is het onderdeel van je experience om hier te wonen, vraagt Jenna. Ben je daarom naar NY gekomen?
Dacht dat Lower East Side bij Central Park lag, zeg ik.
Heb je dat dan niet gecheckt, vraagt Jenna.
Jawel.
Voordat je geboekt hebt?
Erna.
Ik zou hier niet kunnen wonen, zegt Jenna. Jij bent dat gewend. Jij hebt altijd in krotten gewoont.
Het is precies goed, zeg ik.

Jenna's verhaal..»

21 maart 2006
.

28.4.14

penny wise-pound foolish

Koningsdag »

woensdag 17 augustus 2009

Ik moet naar de kapper, zegt Josch.

Josch woont in London met zijn vrouw Jenna en beide kinderen Jana en Jody. Het gezin houdt van alliteratie of beginrijm wat naamgeving betreft.
Al sinds de tijd dat ze in New York woonden schrijf ik verhalen over hun leven, maar Josch heeft nog in geen van de verhalen gefigureerd.
Wanneer schrijf je eens over mij, vraagt hij.
De reden waarom Josch niet in de verhalen voorkomt is, dat hij de goeiigheid zelve is en over goedheid is het moeilijk verhalen schrijven. Er moet toch minimaal iets misgaan in een verhaal. Daarbij wil Josch graag heroïsch geportretteerd en herinnerd worden zoals grote mannen waarna vliegvelden en musea vernoemd worden.
Ik zou wel willen dat een vliegveld naar mij vernoemd wordt, zegt Josch.
Josch is bankier. In de advocatenwereld heb je advocaten en strafpleiters. Ook in de bankwereld heb je bankiers en bankiers, Josch is geen strafpleiter, en alhoewel hij met carnaval in streepjesboevenpak verkleed liep is hij eerder het type kinderrechter.

Ik moet naar de kapper, zegt Josch.
Vond al dat je een Elvis Presley kuif had, zeg ik.
Ben drie weken geleden nog geweest, maar het is een goedkope kapper. Het is de goedkoopste kapper van de buurt, zegt Josch.
En omdat hij zo goedkoop is, knipt hij elke keer maar een klein stukje, vraag ik.
Josch antwoordt niet meteen.
Je gaat dit nu niet op je blog zetten, zegt hij. Of toch wel, mijmert hij, je schrijft nooit over mij...

Het is zondag. Jana, Josch en de kinderen zijn naar het park geweest. Het is al laat, als Josch nog naar de kapper wil, moet hij haasten. Jenna wil nog boodschappen doen en ook dat moet voor vijf uur.
That’s not our bus, zegt Jenna als Josch ongeduldig de eerste bus neemt die aankomt bij de halte.
Josch zegt niks en stapt in de bus. Jenna volgt. Josch heeft de kinderwagen met Jody, Jenna de three-year old Jana.
The four J’s.

Ik ga naast Josch zitten. Hij is moe en stil.
Final stop, zegt hij tegen Jenna en hij stapt uit.
Het is nog een flink stuk lopen naar huis.
Het is niet de final stop, zegt Jenna tegen Josch, maar hij is al uit de bus gestapt.
Als de bus wegrijdt begint Josch te rennen.
Wat een haast om bij de kapper te komen, zeg ik.
Hij heeft zijn portemonnee verloren in de bus, zegt Jenna, hij probeert bij de volgende halte te zijn voordat de bus er is.
Het was toch de final stop, zeg ik.
Nee hoor, zegt Jenna.
We lopen richting volgende halte, maar Josch is er niet.
We lopen richting final stop om te kijken of de bus er nog staat op het eind van de route.
Geen bus.

mannentas

Dan gaan we maar naar huis, zegt Jenna.
Daddy is gonna be a little sad, zegt Jenna tegen haar dochter, he lost his wallet.
Is daddy sad, vraagt Jenna, why?
Why did he lost his wallet?
Jana zit in de why-fase en vuurt een reeks why-vragen om haar moeder af pivoterend rond de vraag hoe het heeft kunnen gebeuren dat haar vader zijn portemonnee verliest.
You are gonna make me regret I told you, zegt Jenna na de tiende vraag naar de gemoedstoestand van haar vader en zijn verloren portemonnee.

Thuis aangekomen rent Jana naar haar vader. 

Daddy, daddy, did you find your wallet?
Aan daddy’s gezicht te zien, is dat niet het geval.
Hij belt met de bank en blokkeert zijn pasjes. Volgens de informatielijn van de busdienst is de chauffeur naar de busgarage gereden en is die garage inmiddels gesloten.
Maar Josch geeft niet op, hij loopt terug naar het eindpunt van de buslijn en vindt een chauffeur die naar de garage wil bellen; de portemonnee is gevonden.

Jana zegt, kom dan gaan wij boodschappen doen. Ze zet de kinderen in de kinderwagen en loopt richting supermarkt. Na vijf minuten lopen moet Jana plassen. Josch loopt ons tegemoet vanaf de bushalte.
Dan loop jij met pappa mee terug, zegt Jana. Ze vraagt met haar ogen of ik ook met haar dochter terug naar huis wil lopen.

Daddy, daddy are you sad, vraagt Jana.
Daddy, daddy can I help you?
Daddy, daddy can I make you feel better?
Daddy, daddy tommy is goin to the store to buy you a special desert to make you feel better.

Josh neemt een taxi naar de busgarage.
Jana komt terug uit de winkel en maakt zalm met frietjes.
Hij belt, hij heeft zijn portemonnee terug en alles zit er nog in.
Hij neemt een taxi terug naar huis. 

Van de 40 pond vindersloon en de taxi-kosten had Josch naar een dure kapper kunnen gaan.
Of een mannentas kunnen kopen, zegt Jenna.

Na de frietjes en zalm, het toetje.
Het make-Josch-feel-better-toetje.
Mag ik het tot morgen bewaren, vraagt Josch. Ik voel me niet goed, ik heb hoofdpijn.
En daar zitten we dan aan het toetje.
Het was niet eens lekker, zegt Jenna, en al die calorieën.

Josch is niet meer naar de kapper geweest dat weekend, maar hij heeft wel het blog gehaald.

anna

25.4.09

quite a bit of a stumble...

« parkeertarieven in Maastricht en de weg wijzen.. | no picture please | modernity.... »

St.Pancras
Jenna calls.
You remember St.Pancras?
The metro?
Yes. You remember de huge escalator?
I remember.

At London St. Pancras there is a escalator that seems to take you all the way down to Dante's purgatory.
It takes you down, into depths you do not want to be.
But hey, you can be philosophic as much as you want.
If you want to travel through London, you have to go down the St.Pancras escalator.

St.Pancras
Jenna calls.
You remember St.Pancras?
I remember.

I picture Jenna on de escalator going down.
People in front off her, people behind her.
No one speaks.
Hey, we're in London now.
This is not New York

Where can you go
Jenna calls.
You remember St.Pancras?
I remember.

I was standing on the escalator, Jenna says.
Almost down when I saw a woman falling.
She falls over her suitcase at the bottom of the escalator.
Then what, I say.
Where can you go, Jenna says.
You can't go up.
The escalator is full of people.

I picture Jenna at the St.Pancras escalator.
An escalator is like a highway.
You cannot make a stop at a highway.
Traffic will become jammed.
And that is precisely what happened at the bottom off the escalator.
A traffic-jam.

Traffic-jam
Jenna calls.
You remember St.Pancras?
I remember.

I was standing on the escalator, Jenna says.
Almost down, when I see a woman falling.
She falls over her suitcase at the bottom of the escalator.
Then what, I say.
Where can you go, Jenna says.
You can't go up.
So the person behind the women falls over her.
And the next person falls on top of them.
And the next person too.
And another one.
And another.
And then it is my turn.
I fall on the pile of jammed people.
It is not untill then that somebody manages to push the emergency button and stops the stairs to a hold.
The woman who fell over her suitcase is fine.
She just did not got her suitcase lifted fast enough from the moving stairs to solid ground.
The people who fell on top of her start collecting their belongings that have fallen out off their pockets and bags.
Is this your phone, they ask politely at each other.
When the pile of humans and belongings is quietly sorted, everybody rushes off his own way.
Only the woman who caused the trouble speaks out.
We had quite a bit of a stumble here, she says.

Quite a bit of a stumble
Jenna picks up her belongings and it is only untill she is sitting in the metro, she start laughing out lout.
If the same thing would have happened in New York, people would have been swearing at somebody so stupid to cause a human traffic jam.
No, not in London.

Is this your phone?
Jenna calls.
You remember St.Pancras?
I remember.


Anna

27.4.06

de vernissage 2

deel 16 van Jenna's verhaal
Ik moet effe zitten, zegt Jenna. We dalen af naar de kelder waar de vaste collectie van de galerie hangt. Jenna zakt in een zwarte fauteuil. Een man met een plastic bekertje rode wijn en een papieren bordje gezonde hapjes in zijn hand buigt over Jenna heen zodat hij de zeefdrukken aan de muur beter kan bekijken.
You like, vraagt hij. Hij laat het bordje uit zijn hand vallen. Raapt het weer op. Een afgekloven stokje druif blijft op de grond liggen. You like?
Jenna kijkt naar een zeefdruk van het CocaCola logo.
It’s extremely like Andy Warhol. It's definitely AW based.
Yes. Its not very original, zegt de man met de rode wijn die ook vind dat de kunstenaar een Andy Warhol adept is.
Hij vind Jenna de eerste sane woman is die hij in NY is tegengekomen.
Ik trek voortdurend wacko women aan, zegt hij.
Hij vind Jenna an normal sensible woman. Hij blijft haar complimenten maken ook nadat ze zich verontschuldigd heeft dat ze blijft zitten.
Jenna wijst op haar buik. I am pregnant. I can‘t get up.
Last week. I spoke Bob Geldorf. You know? From the life-aid concert. You know? Boom Town Rats.
Dat moet je niet doen bij Jenna. Suggereren dat ze iets niet weet.
Alsof ik niet weet wie Bob Geldorf is zegt ze verontwaardigd.
Let me introduce you to my husband. He’s a banker.
A sensible woman and also married, zegt de man met de rode wijn.
Maar Jenna is uitgepraat en ik mag het gesprek overnemen.
Are you a buyer?
Maybe.
So what do you do?
I am a writer. And you?
Photographer.
You look like an artist zegt hij. Very Soho. Like you have been here since they build this building. Very seventies.
So I’m retro?
No Soho, zegt de man. Zijn telefoon gaat hij loopt naar buiten. Hij overhandigd zijn visitekaartje. Het is goudkleurig en aan de andere kant zwart. Het is in eigen beheer geinktjet en scheef afgeknipt.
Play-writer. Lyricist. Screenwriter en Designer of Dreams is hij van beroep. De goudkleurige kant van het kaartje vermeld dat hij Director is.
Email me, zegt hij.
Die komt alleen maar om vrouwen op te pikken, zegt Jenna. Alsof ik niet weet wie Bob Geldorf is.

meer Jenna verhalen...»

27 april 2006

25.4.06

de vernissage

deel 15 van Jenna's verhaal
Ga naar een vernissage in galerie Pop in Soho. De tentoonstelling is by invitation only. In de deur staat een man met een clipboard. Jenna Willow and guests, zegt Jenna tegen de man. We mogen doorlopen. Op het bureau tussen de computer en de papieren staan hapjes. Gezonde hapjes. Groenten met dip. Worteltjes. Peultjes. Broccoli. Jas ophangen, zegt Jenna. In de kelder is een garderobe geimproviseerd. Er is water, wijn en nog meer gezonde groenten schotels met dip en droge crackers. De wijn is gratis. Er staat een glazen jampotje op de geimproviseerde bar. Er zitten een paar dollarbriefjes in. Tips. Het geld in het potje is het honorarium van de vrouw die de drankjes inschenkt en de jassen ophangt.
Het werk is van Mackenzie, een Britse kunstenaar. The best selling artist in Britain. Hij is er zelf ook en he is very entertaining, zegt de galeriehouder die Jenna een lange uitleg geeft over de betekenis van de werken.
Wat geweldig, zegt Jenna. Hij spreekt me aan bij mijn naam en hij weet naar welke expositie ik eerder geweest ben. Ik weet ook wel dat hij mijn naam doorkrijgt van die man aan de deur...
...en dan snel zijn rolodex checkt. Jenna Willow, wife of a banker. Je bent een potentiele koper. Je bent buyer. Daarom geeft hij je zoveel aandacht.
Zou je denken? zegt Jenna.
De galeriehouder wijkt niet van Jenna’s zijde. Het is nog vroeg. Het is niet druk. De kunstenaar wordt op het Engelse platteland de Sheppard genoemd. Er hangen veel tekeningen van de kunstenaar als Sheppard.
Die kindjes zonder gezicht met de zwarte jassen en hoots over hun hoofdjes? Wat betekent dat? Dat ze geen gezicht hebben en de hoots?
Het verkoopverhaal stokt. De galeriehouder weet het niet. Het staat niet in zijn aantekeningen. Jenna kan mijn interruptie niet waarderen. Let’s ask the artist, helpt ze de man. Hij herstelt zich snel. De zwarte jassen zijn heel gewoon voor kinderen op het Engelse platteland. Dat is wat ze dragen. Dat ze geen gezichten hebben is eenzaamheid. De zware schoenen is to stay grounded. It is good to stay grounded, zegt hij.
Moest dat nou, zegt Jenna.
Je wou toch van hem af.
Ik moet effe zitten, zegt Jenna.


26 april 2006

7.6.08

No veggies in New Orleans

« Breakfast in New Orleans... | no picture please | No Meat in New Orleans... »

Jenna woont in NY en ik kom haar opzoeken
ze wil weten wat mijn plan is
ze wil weten wat ik doe op een dag en ik zeg dat ik daarover zal nadenken
je denkt teveel, zegt Jenna
Jenna woont met man Josch en de kinderen Jana van twee en baby Jody van zes maanden in NY
we maken een field-trip naar New Orleans
valt het je ook op dat er geen groenten op het menu staan zeg ik
het was Jenna nog niet opgevallen
nu ze het weet wil ze groente eten
is het niet voor haar dan toch wel voor de kinderen...

Vandaag gaan we groenten eten, zegt Jenna. Vandaag gaan we het restaurant zorgvuldig uitkiezen.
We lopen langs een Italiaans restaurant. Pasta with meat. Pasta with fish.
Veggies, zegt Jenna. Do you serve veggies with the food?
De ober kijkt verward. Veggies...ze staan niet op de kaart...misschien dat de kok...
Dat moet ik even vragen.
Hij loopt naar de keuken om aan de kok te vragen of er ook groenten geserveerd kunnen worden.
Het duurt even maar dan heeft hij een duidelijk antwoord. Geen groenten op het menu.
Hij verwijst ons naar het restaurant waar we gisteren op het terras gezeten hebben.
Jenna zucht.
Laten we naar de McDonald gaan, zegt man Josch.
McDonald, dat is geen echt eten, zegt Jenna. Mijn kinderen moeten groenten eten.
Het moet toch mogelijk zijn om in deze stad gezond te eten.
We vinden een restaurant waar broccoli als side-dish geserveerd wordt.
Hier gaan we eten, beslist Jenna.
Todler Jana eet broccoli, tomaat, aardappelen en kip.
Helaas verslikt ze zich in een schijfje komkommer en moet overgeven.
Onverteerde stukjes groente in helder maagvocht op de grond.
Ik leg er twee servetten overheen in een poging het op te ruimen.
Jenna zucht.
We made a bit of a mess, zegt ze tegen de serveerster.
De serveerster maakt het niks uit. Ze trekt gezichten naar de baby.
Ze wil de baby vasthouden en aan de kok in de keuken laten zien.
She is so cute. Look at those rolls. De baby heeft stevige beentjes.
De vetrolletjes oogsten bewondering. Amerikaanse baby's zijn kleiner dan Europese kinderen.
Look at those rolls, zegt ook de kok.
Josch eet een sandwich roll, vlees met frieten. Hij houdt van kleurloos geel en bruin eten zonder groenten.
Hij voert Jana stukjes frieten en brood.
Jenna zucht.
Morgen, zegt ze. Morgen als we weer thuis zijn maakt ik een enorme maaltijd-salade.
Met fruit en groenten. Mijn kinderen zullen groenten eten.


Anna

wat er aan vooraf ging:

No Meat in New Orleans... »






politie-agenten in New Orleans barbeque

3.6.06

opening night

deel 23 van Jenna's verhaal
Vanavond met Jenna en haar man naar de Metropolitan Opera.
Het is de opening night van Roméo en Juliette in het Metropolitan NewYork. Het opera-gebouw is ontworpen door architect Wallace K. Harrison. Het is gedacht op een grandioze entree van de gasten. Over het plein aanlopend zie je de Oost-facade. Een glazen pui met vijf gelijke bogen van travertijn. Achter de ramen chandeliers. Een grote Bollywood showtrap leidt naar de parterre.
In de lobby muurschilderingen van Marc Chagall.
We komen niet aan via het plein. We komen aan met de metro zoals de meeste gasten. De metro leidt via een tunnel naar een ondergrondse zij-ingang. Het licht is gedempt. Als de ogen gewend zijn aan het donker zie je waarom. Het licht verzacht de gezichten. Gezien de gemiddelde leeftijd van de toeschouwers is dat ook wel nodig. Champagne, zegt Jenna’s man. De champagne wordt in plastic flûtes geschonken. Wegwerpglazen. Jurken kijken, zegt Jenna. We gaan in de zaal zitten om jurken te keuren. Jenna heeft verstand van jurken. We gaan zitten. Orchestra rij BB stoel 101 102 103. Kaartjes van 150 dollar per stuk. Rij BB is rij 28 in de zaal. In de zaal. Achter in de zaal. Het is ver weg van het toneel, rij 28. Er zijn nog twee rijen achter BB en daarachter drie rijen standing room. Boven rij AA tot en met CC is het balcon van de 300 dollar kaarten op de parterre een verdieping hoger. Het balcon beperkt het zicht op de boventiteling. De rijen onder het balcon hebben een eigen minischermpje waar het libretto op te lezen is. Ook de staanplaatsen achteraan hebben een schermpje waarop de vertaling te lezen is. Kijk naar het toneel. De lijst is goud. Het voordoek is goud. De jurken zijn goud. Blote jurken. Glitter. Blote ruggen. De vrouwen zijn mooi en uitzonderlijk lang. We zitten in de zaal en kijken naar lange vrouwen in blote jurken. Kousen! Kousen met voetjes! In open hakjes! Jenna heeft een vrouw met kousen gespot. Een vrouw met kousen met voetjes in open hakjes. Jenna heeft verstand van mode. Jenna heeft verstand van jurken. Jenna heeft verstand van pakken. Ze ziet aan een pak of het een maatpak is of niet. Ze houdt niet van gewone pakken. Er loopt een man voorbij. Hij heeft geen gewoon pak aan. Hij draagt een Schots gala-uniform. Het is David. De lichtontwerper. In een Schotse quilt. In een rokje lijkt hij nog kleiner.

3 juni 2006
meer Jenna verhalen...»

31.5.06

the twenty five train

deel 22 van Jenna's verhaal
Vanavond met Jenna en haar man naar de Metropolitan Opera in NY.
Roméo en Juliette speelt.
Wat zal ik aandoen? Een pak? Zal ik mijn pak aantrekken, vraagt Jenna's man. Ik trek een pak aan maar geen stropdas. Een stropdas draag ik niet en ik kleed me na het eten om want ik knoei altijd op schone kleren.
Jenna belt dat ik de oven aan moet zetten voor de hotdogs.
Ze is nog niet terug van haar classes. Ik zet de oven aan. Zelfgemaakte hotdogs zijn lekkerder, zegt Jenna
Jenna komt thuis. Trekt haar zwarte jurk aan. Ben je nog niet omgekleed, zegt ze tegen haar man. We moeten opschieten. Josch zegt niks en trekt zijn pak aan. Een stropdas draag ik niet mompelt hij. Hij keurt zijn zwangere vrouw.
Good good, zegt hij.
Jenna past nog net in haar zwarte jurkje.
We moeten opschieten, zegt Jenna..
We moeten opschieten, zegt ze en strijkt een schoon overhemd.
We moeten opschieten, zegt ze als we naar de metro lopen.
In de metro wordt iets omgeroepen.
Josch wil dat ik herhaal wat de speaker zegt. Ik versta het niet.
Berichten in de metro worden onverstaanbaar omgeroepen.
Daar doen ze hun best op. Het is niet de bedoeling dat je verstaat wat ze omroepen.
Change on the twenty five woah, zeg ik.
Good, good, zegt Josch.
Change on the twenty five mwoah, herhaal ik mezelf. Wat is woah?
Twain, zegt Josch.
Twain?
Tweeain, zegt Josch.
Train?
Change on the 25 twain, zegt Josch.
Change on the twenty five train.
Good, good, zegt Josch.
We moeten opschieten, zegt Jenna.

31 mei 2006
meer Jenna verhalen...»

21.8.07

weblogstukje Jenna is verliefd 4

« weblogstukje Jenna 5 | no picture please| weblogstukje Jenna 3 »

Jenna zegt:
Het verhaal van de schildpad komt er niet in.
Anna zegt:
Dat staat er al op.
Jenna zegt:
Maak er maar olifanten van dan.
Anna zegt:
Die maken toch geen wow-wow geluid.
Jenna zegt:
Heb het al aan iedereen vertelt.
Anna zegt:
Nou dan.
Jenna zegt:
Het verhaal van de neukende schildpadden...
Anna zegt:
Je telefoon gaat weer.
Jenna zegt:
A. zegt, dat hij in Artis ook neukende schildpadden gezien heeft.
Dat klinkt zo. Wow, wow
Precies hetzelfde geluid.
Anna zegt:
Zie je wel dat het schildpadden moeten zijn.
Dat is de vreugde van de herkenning.
Denk je dat iemand na het kijken naar parende olifanten in het Victoria-hotel beland?
Jenna zegt:
Wacht even, neem even de telefoon op...

6.10.08

hoe krijg je alles van een man gedaan

« het grote gezin | no picture please | week zes »

Laat de professor me het begrip additionele dispositie uitleggen.
De professor legt uit wat additionele dispositie is.
Het is vrij vertaald een extra karaktereigenschap.
Nu ik weet wat additionele dispositie betekend heb ik zelf er een bij gekregen.
Ik heb nu de extra eigenschap van kennis van het begrip additionele dispositie.
Ik zou nu het woord in een zin kunnen gebruiken.
Omdat ik het woord nu begrijp. Maar...
De additionele dispositie hiervan is dat ik vergeten ben hoe het is om het woord niet te kennen.
Dat wordt de kennis-val genoemd.
Dat je vergeten bent hoe het is om iets niet te weten.
Een normaal mens zou in gezelschap niet het woord, additionele dispositie gebruiken.
Op het eind van de uitleg zegt de professor dat het niet nodig is het woord te onthouden.

Mijn sociale kontacten zijn flink verwaterd door de studie
Bel met Jenna in Londen. Wanneer kom je, vraagt ze.
Eerst tentamen, de komst van een neefje/nichtje, twee premières.
Dan kom ik, zeg ik.
Hoe lang kom je, vraagt Jenna.
Kan toch alleen het weekend, zeg ik. Studie.
Jij neemt dat veel te serieus, lacht Jenna.
A. belt tussendoor.
Ik heb een nieuwe tactiek, zeg ik even later tegen Jenna.
Het is de tactiek: hoe krijg ik alles van mijn hond gedaan.
Nee, het was niet een hond, een paard.
Hoe krijg je alles van je paard gedaan.
Als een paard in de wei staat...nee een koe.
Een koe staat in de wei...
Vertel het verhaal nu maar voordat we alle dieren gehad hebben, zegt Jenna.
Als een dier in de wei staat en je wil het dier uit de wei halen.
Dan moet je net doen alsof je alle tijd hebt.
Als het dier merkt dat je gehaast bent duurt het uren.
Oh, de todler-taktiek, zegt Jenna. Zo moet je met kinderen omgaan.
Maar het werkt ook bij mannen, zeg ik.
Als je gehaast bent gaan mannen juist heel erg treuzelen.
Als je doet alsof je alle tijd hebt, schieten ze heel erg op.
Dus als A. belt, laat ik nu niet meer merken dat ik eigenlijk moet studeren.
Ik doe net alsof ik heel veel tijd heb.
En worden de gesprekken daar korter van, vraagt Jenna?
Nee dat niet, zeg ik.
Jenna lacht. Ga nou, je komt te laat voor je les.


Anna

6.6.06

worteltjes en broccoli

deel 25 van Jenna's verhaal
Het is première van Roméo en Juliette in NY.
Rij BB stoel 101 102 103. Rear Orchestra. Honderd en vijftig dollar.
Het is bijna achteraan in de zaal. Josch gaat zitten.
Prima plaatsen, zegt hij. Josch vind het goede plaatsen.
Ik ga zitten naast een obese person. Achter me zit nog een person of size. Voor me zit een vrouw met een te groot hoofd. Ze moet erg hoesten. Ze loopt naar de staanplaatsen. Hoest. Loopt de zaal uit. Na een kwartier komt ze terug. Gaat zitten en hoest verder. Schuin naast me aan de overkant van het gangpad zit een dikke Amerikaan. Hij heeft het gewicht van drie normale volwassenen. Twee zitten in de pijpen van zijn broek en hijzelf on top. Een piramide van vlees. De man heeft een witte slobberbroek aan. Omdat hij van beneden zo breed uitloopt heeft hij een stok nodig om het evenwicht te bewaren. Op de laatste rij zit een oude mevrouw in een rolstoel met haar begeleidster. De vrouw zit onder een plaid die voortdurend herschikt moet worden op haar aanwijzing. Naar mate de avond duurt heeft de vrouw steeds meer te vertellen. Ze wordt geshüsht door de mensen om haar heen. Achter me zit een oude dame met lelijk vastzittend slijm dat ondanks aanhoudende hoestpogingen niet loskomt. Dat verwacht je niet op een gala-première. Een atmosfeer vol airborn bacillen. De ongezonde lucht blijft goed hangen onder het balcon. Een rij naar links naast Jenna’s man zit een Japanner. Hij heeft een dun plastic zakje. Er zit iets in dat hij dringend nodig heeft. De klanken van Gounod vertolkt door Natalie Dessay worden afgewisseld met zacht geknispel. Er moet weer geshüsht worden.
Dat hij dat zakje nou nog niet onder controle heeft, zegt Jenna.
De man achter me heeft ook een plastic tasje. Hij heeft voor aanvang een souvenir gekocht in de opera-shop. Hij heeft de aankoop in zijn schoot liggen en laat het zakje kraken. De vrouw met het grote hoofd is uitgehoest. Ze laat een geluidloze scheet. Hij ruikt naar groenten. Broccoli en worteltjes. Ik ruik mottenballen. De geur is traceerbaar. De man achter me.
Hij klinkt niet gezond. Hij zucht. Hij ademt diep in. Als hij weer uitademt drijft er een sterke mottenballengeur over.
De lucht verdringt de geur van mijn parfum. Vivienne Westwood.
Hoe kan adem naar mottenballen ruiken, vraag ik Jenna. Eet hij ze op?
Dat is rottingsgeur uit zijn maag, zegt Jenna.
De zaal applaudisseert.
Waarom klappen ze, zegt Jenna. Er is nog niks gebeurt.
Het is de dirigent die opkomt. De dirigent komt op.
Oh, zegt Jenna en geeft hem een applaus.


6 juni 2006
meer Jenna verhalen...»

20.3.06

Jenna's verhaal

deel 1 van Jenna's verhaal
Wat ga je doen vandaag?
Jenna wil graag weten wat je doet op een dag. Een dag zonder iets te doen is een verloren dag vind ze.
Wat ga je doen vandaag?
Heb een afspraak met Blue. Morgen krijg ik de sleutels van het appartement.
Ga je met een man lunchen die je niet kent? Jenna's man is bezorgd.
Waar? Jenna wil weten waar de lunch is.
Brown Café, on Hester between Ludlow and Essex, 11 am.
Blue verhuurt zijn studio on Orchard street. Een Serene Studio with Private Terrace in the Lower East Side staat in de ad. Nu ga ik met hem lunchen en de sleutels ophalen. Hij zegt dat de studio an abundancy off fluffy towels heeft. Denk dat Blue een big gay African American male is. White fluffy towels. Dat kan alleen een big gay African American man zeggen.
Heb je met een man afgesproken die je niet kent? Jenna's man is bezorgd.
Zit op het terras van Brown Café. Blue is er niet. Misschien heeft Jenna's man gelijk. Hoe betrouwbaar is het om van een vreemde ongezien een appartement te huren in NY.
Een vrouw komt gehaast aanlopen. Haar zonnebril, kapsel, nagels in de latest NY fashion taste.
Sorry, I am late. Het is Blue. Ze kijkt me verbaast aan alsof ze iemand anders verwacht had, gaat niet zitten, overhandigt de sleutels en zwiert weg.
Blue is een vrouw. Blue de landlord is een landlady.
Verhuis mijn spullen naar de Serene Studio. Er staat een steiger voor het gebouw. Blue wacht me op.
I wanted to let you know that construction is occurring on the exterior of the building and it has become quite an annoyance, zegt ze. To make matters worse, the workman have set up scaffolding on the deck and are working directly outside.
Outside, you mean on the terrace?
Yes, zegt ze, net nu het zo'n mooi weer is.
Kijk naar buiten recht in het gezicht van een Chinees die de buitenmuur aan het voegen is.
Oh, hello, zeg ik.
You tend to get used to it, zegt Blue. You forget they are even there. Ze belooft een flinke korting op de huurprijs.
Je weet niks van me en toch verhuur je de studio aan mij.
Bij jou had ik meteen een goed gevoel.
Hoe selecteer je de huurders?
Op instinct. Van de vijf aanvragen, I turn four down.
Ik dacht dat jij een man was, zeg ik tegen Blue. Jij? Dacht jij dat ik een man was?
Yes. Its your name. It could be. En weg is ze weer.
Hoe was de lunch? Jenna's man wil weten hoe de lunch was.
Blue is een vrouw en ik ook.
Allright… good… good…

more...»

21.8.07

weblogstukje Jenna is verliefd 3

« weblogstukje Jenna 4 | no picture please| weblogstukje Jenna 2 »

Anna zegt:
Uit, uit?
Daar moet je het toch niet over hebben.
Je hebt toch nog geen relatie?
Jenna zegt:
Zo moet hij het ook niet noemen. Een relatie.
Ben allergisch voor relaties.
Maar hoe heet het dan wat we hebben?
Anna zegt:
Moet het een naam hebben?
Jenna zegt:
Het heeft geen status. Geen label. Geen tag.
Anna zegt:
Hoe hebben jullie het nu getagged?
Jenna zegt:
Dat we verliefd zijn.
Je wil weten wat de status is.
Niet dat er verplichtingen aan verbonden zijn of zo.
Anna zegt:
Je wil weten of hij al je verliefde mailtjes in een blog schrijft.
Jenna zegt:
Wat jij doet.
Anna zegt:
Ja.

22.8.07

weblogstukje Jenna is verliefd 5

« weblogstukje Jenna 6 | no picture please| weblogstukje Jenna 4 »

Jenna zegt:
Wacht even, neem even de telefoon op.
Anna zegt:
...
Jenna zegt:
Het is een Belgische mevrouw die vraagt of ik een diepvries heb.
Ik vraag haar of het een grap is.
Neeh, zegt ze op zijn Belgisch.
Dus ik wordt om negen uur s' avonds gebeld met de vraag of ik een diepvries heb en het is geen grap?
Neeh, zegt ze, mevrouw, het is nog geen negen uur. Het is een paar minuten voor negen.
Na negen mogen wij niet meer bellen.
Anna zegt:
Wat een tuthola.

Anna zegt:
Noem het geen relatie. Je kent hem nauwelijks.
Jenna zegt:
Je hebt gelijk. Ik ga niet meer zoveel nadenken. Zie wel hoe het loopt.
Het is geen relatie. Hij is leuk! Moet zo met hem lachen. Mick heeft het voorspelt.
Anna zegt:
Wie?
Jenna zegt:
Mick, hij kan Tarot-kaarten leggen.
Hij heeft voorspelt dat ik de man van mij dromen zal tegenkomen in de maand van 29 dagen.
Anna zegt:
Wat vind de transatlantische vriend daarvan?
Daar moet hij niks van hebben.
Hij vind rituelen hetzelfde als religie, en religie is misleiding.
Dit mag je echt niet opschrijven.
Anna zegt:
Je telefoon gaat weer.

21.8.07

weblogstukje Jenna is verliefd 2

« weblogstukje Jenna 3 | no picture please| weblogstukje Jenna 1 »

Anna zegt:
En ben je nog verliefd?
Jenna met de transatlantische vriend zegt:
Heel erg.
Anna zegt:
Is hij ook verliefd?
Jenna zegt:
Het tijdsverschil is een probleem...
Anna zegt:
Heb je ruzie gehad?
Jenna zegt:
Geen ruzie, een crisis.
Anna zegt:
Je vaste telefoon gaat moet je niet opnemen?
Jenna zegt:
Vast niet belangrijk.
De crisis is, dat ik gezegd heb dat het niks kan worden een transatlantische vriend.
De telefoonkosten. Kontakt via email.
Midden in de nacht bellen. Dat kan toch niks worden.
Hij geeft me gelijk en dan is het over.
Uit.

6.6.08

No Meat in New Orleans

« No veggies in New Orleans... | no picture please | New Orleans... »

There is no meat in this town, riep de burgemeester van New Orleans wanhopig twee weken na Hurricane Katrina.
Er is geen vlees te krijgen in de stad. Het ontbreken van vlees als ultiem teken van het uitblijven van noodhulp.
Dat was 2005. Nu is 2008. Er is weer vlees in de stad.
De inwoners van New Orleans houden van vlees.
Vlees en vis staat er op het menu. Alleen maar vlees en vis.

Na aankomst in New Orleans is het lunchtijd. Het is warm. Moe, hongerige kinderen.
We duiken het eerste beste restaurant binnen.
Het kan toeval zijn maar op het menu staat geen één gerecht met groente.
Bestel gebakken vis met frietjes. De frietjes zijn zonder smaak. De vis smaakt naar schimmel.
Mayonaise, ketchup en zout helpen niet om enige smaak-sensatie op te wekken.
Jenna heeft jambalaya besteld. Rijst met worst en een bruine saus.
Niet eens een schijfje tomaat, zegt Jenna verbaasd.
Niet eens een poging tot illusie van gezond.
Niet eens een schijfje citroen, zeg ik.
Het eten ziet er bruin en geel uit. Bleek. Zonder kleur.

Het is toeval. De keuze van het restaurant is te gehaast gemaakt.
Je kan best groenten eten in New Orleans.
Op het eind van de middag zijn de kinderen moe, verhit van de sup-tropische zon en hongerig.
Een terras aan het water ziet er uitnodigend uit.
Jenna zoekt onmiddellijk een plekje en installeert de baby en todler Jana.

Aan de rand van het terras staan twee tafel. Op de tafel borden.
Voorbeeld borden met voorbeeld-eten uit de keuken.
Ook dit eten is geel en bruin. Rijst en aardappelen met ondefinieerbare sausen.



Soms opgefleurd door een rode baby crwawfish en een sporadisch tomaatje.
Geen groente. Het restaurant serveert geen groente.
Jenna is te moe en te warm om zich er druk over te maken. Ze bestelt de schrimps.
De schrimps worden geserveerd met saus en brood.
Ik neem een salade met crab en kauw zorgvuldig op de blaadjes groen.
Het het gerecht uitgekozen op het gehalte aan voedingsstoffen.
Ben vergeten dat een crab zo gruwelijk aan zijn eind komt.

Op het terras staat een kook-ketel. De ketel wordt verhit via een gas-fles.
Het kokende vocht en de gasfles maken een vervelend geluid.
Jenna zegt, dat is om de kreeft, de crawfish en de crab in te koken.
Dat gaan ze zo dadelijk doen. Voor onze ogen.
Ik wou dat ik een ander gerecht had besteld.
Het eten wordt gebracht.
Jenna wijst naar de kookketel.
Oh nee, zegt de serveerster, de vis is vanochtend al klaar gemaakt.
De ketel met bouillon staat te koken voor de geur.
De geur moet toeristen lokken om crawfish te komen eten.


We zitten op het terras naast de stomende ketel.
Er zitten niet veel mensen buiten.
De locals zitten binnen. In de airconditioning.
Alleen toeristen gaan vrijwillig in de damp heat zitten.


Ik vraag aan de serveerster hoe de schaalvis te eten.
Heb alleen een mes en een vork.
Met je tanden, zegt de vrouw die vijf kinderen heeft en moet werken als serveerster.
Met je tanden, zo doen wij dat hier.
Mijn tanden zeggen krak en ik vraag om gereedschap.
Ik zal eens kijken wat we hebben, zegt de vrouw.
Ze komt terug met een groot mes. Hier gaat het wel mee, zegt ze.
Wrik met het mes de vis open. Voel me schuldig.



De baby begint te huilen.
We moeten gaan, zegt Jenna.


Anna

wat eraan vooraf ging

17.8.06

early bird

deel 33 van Jenna's verhaal
De afstanden tussen de memorials en gouvernmental gebouwen in Washington zijn te ver. Onoverbrugbaar voor de physical impaired, de ouden van dagen en zwangere vrouwen. Jenna is zwanger. Ze puft als ze de treden van het Lincoln Memorial opklimt. Het Korean memorial slaan we over, zegt Jenna.
Maar ik wil wel nog naar de Library of Congress. De Library is de grootste van het land, zegt Jenna. Ze bewondert het gebouw.
Als je hier mag werken, daar moet je toch wel blij van worden.

Langs the Mall liggen de musea van het Smithsonian Institute. Josch wil naar het Flight-museum.
Ik wou vliegen, zegt Jenna. Vroeger.
Dan ben je een early bird.
Ik wou vliegen vroeger.
Ik probeerde te vliegen boven aan de trap. De moeder reageerde niet eens meer als ze gerommel op de trap hoorde. Oh, dat is Jenna, die probeert te vliegen.
Ik probeerde te vliegen van de trap af. Soms wel drie keer per dag viel ik van de trap. Ik wou vliegen vroeger.

meer Jenna verhalen...»
18 augustus 2006

20.5.06

charity

deel 21 van Jenna's verhaal
Dat zou ik wel willen zegt Jenna's man. Een vliegveld dat naar mij genoemd is. Hoe zal ik dat aanpakken?
Alleen presidenten krijgen een vliegveld, zegt Jenna.
Je kan een unieke kunstverzameling opbouwen. Dan krijg je een eigen museum. Of geld doneren. Carnegie doneerde 350 miljoen dollar voor zijn Carnegie Hall. Dat was in 1889. Drie miljard zou dat nu zijn.

Amerikanen houden niet van belasting betalen. Ze willen hun geld vrijwillig weggeven. Liefdadigheid. Per jaar wordt er 240 miljard dollar geschonken.
Bij liefdadigheid hoort een feestje. Het is geen anonieme overboeking. Het zijn grote feestavonden waar de plaatselijke middenstand eten, drank en muziek sponsort. Verlotingen zijn het hoogtepunt van de avond. Je kan kaartjes winnen voor honkbal, een gratis weekend in een luxe hotel, een tegoedbon van een warenhuis, of een antirimpelkuur bij de lokale beautysalon.
Geef je grote bedragen dan staat je naam vermeld in het programma. De grootse gevers staan vetgedrukt bovenaan en dan naar beneden tot je bij de gewone stervelingen bent aanbeland. Amerikanen houden van hiërarchie. Bladen als Businessweek en Fortune houden nauwkeurig bij wie hoeveel geeft want van alles wordt een wedstrijd gemaakt. Er is een jaarlijkse topvijftig van de grootse gevers. Er wordt goed naar deze lijstjes gekeken. Wie staat erop en wie niet. De gevers die hun gulheid liever geheim houden zijn in het nadeel. Ze geven wel maar krijgen er geen waardering voor. Ze kunnen zelfs het verwijt krijgen vrekkig te zijn. Lijstjes met grootste gevers en bedragen met veel nullen kunnen de indruk wekken dat alle steenrijke Amerikanen begaan zijn met de minder bedeelde medemens. Dat is niet zo. De rijkste een procent van Amerika bezit veertig procent van alle welvaart en geeft daar maar twee procent van weg.
[bron: Amerikanen zijn niet gek, Charles Groenhuijsen]

Sta voor de kassa van de Metropolitan Opera en blader door de seizoensbrochure. Zestien A-vier pagina’s met namen van organisaties en particulieren die de Metropolitan Opera steunen. Om bovenaan de lijst te komen moet je 500.000 dollar en meer betalen. Heb je 60.000 dollar uitgegeven dan is je naam klein gedrukt en zonder leesbril niet te lezen. Onderaan het lijstje van 100.000 dollar en meer sponsoren staan drie anonymous donors. De 3800 bezoekers per avond zijn ook anonymous donors. De prijzen van de kaartjes varieren van 350 dollar tot 26 dollar. Wat zal ik doen vraagt een vrouw in de rij voor de kassa. Staan of zitten? Seated, zegt de suppoost. It’s worth it. De vrouw trakteert zichzelf op een family circle kaartje van 26 dollar. Family circle is een eufemistische term voor het vijfde balkon. De vijfde verdieping.
Het Met heeft 3800 seats waarvan 265 standing.
Wil je zitten of staan, vraag ik Jenna. Jenna’s man gelooft het niet dat er staanplaatsen zijn. Je overweegt toch zeker niet om een twintig weken zwangere vrouw te laten staan tijdens een opera, zegt Jenna.

20 mei 2006
meer Jenna verhalen...»

23.9.08

week drie

« week vier | no picture please | van chaos naar logos »
Geen blogs? zo druk?
Dat is de vraag in een mail van Beloppy uit New Yersey, USA.

Inderdaad, een full-time studie en een fulltime baan is geen excuus om niet meer te bloggen.
Het is tien uur. Het is avond. Ben net weer thuis na een lange wekrdag.
Geen excuus om niet te bloggen....
Typ de eerste zinnen van een nieuw blogje in.

Plingel plongel, zegt mijn computer.
Zie een beeldschermpje, de foto van Jenna en de vraag, zit je achter je computer.
Ja, ik zit achter mijn computer, maar wat moet ik nu doen....
Jenna stuurt me een uitnodiging om te chatten.
Jenna heeft drie jaar in New York gewoond en is nu verhuisd naar London.
Om de telefoonkosten onder controle te houden belt ze via Skype.
En via Skype kan je ook chatten.

Na wat geknungel chat ik met Jenna in Londen.
Wacht even, zegt Jenna, Ik nodig Beloppy uit.
Mijn computer plingt en plongt.
Ik 'praat' met Jenna in London,
Beloppy in New Yersey en mijzelf in Maastricht.

Internet is geen vervanging voor real live contact.
Maar als je zoveel kilometers en zoveel tijdzones van elkaar verwijderd bent,
is chatten, skypen, hyvsen een geweldige inbetween....


Anna

Next Posts

Label Cloud

Search

© no picture please