That is not a beggar, look at his shoes...
« schreeuw om cultuur 1... | no picture please | we hebben de kunst om niet aan de waarheid te sterven... »
Een paar jaar geleden liep ik in Londen over een brug. De Thames is wat breder dan de Maas, maar de brug lijkt op de oude St. Servaasbrug in Maastricht. Een brug met geschiedenis. Halverwege de brug zit een jongen op de stoep, hij heeft een provisorisch tentje om zich heen gebouwd en vraagt me om wat kleingeld. Bijna automatisch geef ik hem wat geld. Hij heeft het nog niet aangenomen of ik hoor een boze Engelsman achter me uitvliegen. Als een Engelsman zijn beheersing verliest, moet er iets ergs aan de hand zijn. De man, het cliché van de pak, de hoed en de plu, gaat naast me staan en wijst naar de jongen. Hij schreeuwt. What are you doing? That's not a beggar. You shouldn't give him money. Look at his shoes. He is wearing new shoes! Ik kijk naar de schoenen van de jongen. De gentleman is er maar wat trots op dat hij de bedelaar ontmaskerd heeft. Ondanks zijn shabby uiterlijk en zwervers-treurige-blik draagt hij inderdaad dure schoenen. Hij is vergeten kapotte schoenen aan te trekken. Een bedelaar met mooie schoenen!
Na deze reprimande ben ik mijn automatisme om aan bedelaars geld te geven verloren. Het klimaat veranderd. Bedelaars kunnen zomaar illegalen zijn. Of economisch vluchteling. Of dure schoenen dragen. Wat denkt die bedelaar wel! Een bedelaar is arm, dat is de afspraak. Een illegaal helpen, bedelen, is strafbaar geworden. Toch is het gevaarlijk om de mensheid te beoordelen op zijn schoenen. Er zijn zwervers en zwervers en bedelaars, in allerlei categorieën.
Als ik op een dag voor een boekwinkel aan een ijsje sta te likken, wachtend totdat ik zonder zichtbare etenswaar in mijn bezit de winkel kan betreden, staat er een jongen tegen de muur geleund. Ik heb niet op zijn schoenen gelet maar hij ziet er niet goed uit. Uit schuldgevoel, ik ben aan een luxe-artikel aan het likken...wacht, nee, eten is geen luxe-artikel, eten is een noodzakelijkheid, dat kan je zien aan het BTW-tarief van 6%. Uit schuldgevoel, omdat ik een noodzakelijkheid aan het eten ben en hij geen geld voor die noodzakelijkheid heeft, geef ik hem wat geld. Maar toch, inmiddels zo gehard in de doctrine dat in Nederland niemand op straat hoeft te leven, of de Amerikaanse doctrine dat sommige mensen onverbeterbaar zijn en je ze dus geen geld moet geven begin ik hem uit te horen. Waarom hij op straat woont, waarom hij geen uitkering aanvraagt. Je doet lang over zo'n ijsje, en de jongen vertelt uitgebreid over zijn tocht langs instanties, hulpverleners en woningcoöperaties. En dan weet ik het weer. Het zijn niet de zwakken die op straat leven, om op straat te leven, het vermogen om op straat te overleven als zwerver is, eufemistisch gezegd, een uitdaging. Ik vraag hem wat hij het ergste vind aan het bedelen. Hij zegt, ach dat bedelen is vernederend, maar het ergste is dat niemand tegen me praat. Wat jij doet, me als mens behandelen dat gebeurt niet zo vaak.
Vanaf dat moment ben ik weer geld gaan geven, illegaal of niet. Maar niet meer blind, na een onfortuinlijke geld-donatie aan een nep-charity-Kerstactie, let ik beter op. En ik ben gaan praten, met de mensen die om geld vragen. Zoals een dakloze jongen in Maastricht die op straat kaarten verkoopt. Aardige jongen. Als ik hem tegen kom geef ik hem wat geld en maak ik een praatje met hem. Een paar maanden later kom ik hem weer tegen, hij heeft een enorme bult op zijn wang, roodgloeiend. Wat heb je op je gezicht, vraag ik hem. Of hij zegt dat het kanker is of een abces, weet ik niet meer, maar ik heb niet de indruk en ik durf het niet te vragen dat hij in aanmerking komt voor medische hulp.
Hoewel het spastische meisje dat voor de V&D staat muziek maakt en daar geld voor vraagt, geef ik haar nooit geld. Zij doet het niet voor het geld, ze woont thuis bij haar ouders en het geld is een zakcentje. Ze staat daar omdat ze graag onder de mensen is en niet de hele dag thuis wil zitten. Alhoewel ze door haar handicap moeilijk te verstaan is, is er niets mis met haar intelligentie. Ze is grappig, geïnteresseerd en onthoudt alles wat je haar vertelt. Overdag maakt ze muziek op straat en s'avonds ze zit op buikdans-les.
Morgen is de grote landelijke actie Nederland schreeuwt om cultuur. De actie is gericht tegen de verhoging van het BTW-tarief en de korting op subsidies. Dat is de cultuursector zelf schuld want ze zijn vergeten dat de meeste mensen geestelijk nog in de Romantiek leven, ze hebben het beeld van de bohémien op de tochtige zolder nooit uit hun hoofd kunnen zetten. Toneelregisseur Brecht had dat goed begrepen. Hij kleedde zich zoals de arbeiders. Hij kleedde zich niet verheven elitair zoals de huidige kunstenaars dat doen. Maar wat die arbeiders niet wisten is dat zijn eenvoudige kleding-look van hele dure stof gemaakt was.
Je herkent een bedelaar niet aan zijn dure schoenen en niet alle bedelaars 'doen het voor het geld.'
Maar zelfs als een bedelaar zich dure schoenen kan permitteren - mag het in die kou - dan nog moet hij de hele dag buiten zitten, zich laten negeren en zich laten vernederen.
De bedelaar-metafoor gaat natuurlijk niet op voor de om subsidie-smekende-cultuursector zal de boze middenstander zeggen. De middenstander die ook 19% BTW betaald omdat wat hij verkoopt een luxeartikel is.
Gezonde ondernemersgeest dat is wat de cultuursector ontbreekt.
Loop naar de AH.
Aan de overkant van de Maas klinken flarden accordeon-muziek.
Het is donker.
Koud.
Nat.
Etenstijd.
Wie dan nog speelt...
Voor de ingang van de supermarkt zit zo'n gezonde ondernemer - een oude man - viool te spelen. Van die weemoedige Oostblok-klassiek. Hij zit niet vlak naast de ingang, een paar meter opzij. Je kan hem makkelijk negeren. Ik loop naar hem toe en groet hem. Leg wat geld in zijn vioolkist. Een oude man met een gerimpeld gezicht. Ik leg wat geld in zijn vioolkist en kijk hem aan. Een prettige avond nog, zegt hij. Een prettige avond, zeg ik.
Loop naar huis, de oude man speelt door. Hij speelt prachtig. Als ik genoeg moed verzameld heb, ga ik hem eens aanspreken. Vragen hoe het was in zijn land en of hij daar kunstenaar heeft kunnen zijn voor zijn afgedwongen ondernemerschap. Ondertussen ben ik pragmatisch. Heb maar één paar schoenen en die gaan al twee jaar mee. Ze waren heel duur dat wel, maar dat zien die materialistische, niet visueel geschoolde mopperaars niet. Die denken dat alleen wat blinkt, goud is.
anna